Welcome / Blog Archive / Nederlands / 2020-02-doc4 Akkoord of vereenvoudigd afwikkelen?

2020-02-doc4 Akkoord of vereenvoudigd afwikkelen?

In mijn blog 2020-02-doc3 riep ik geïnteresseerden op commentaar te geven op conceptteksten die ik momenteel schrijf voor de 5e druk van Wessels Insolventierecht V (Verificatie van schuldvorderingen). Ik hoop het manuscript tweede helft maart naar de bureauredactie van Wolters Kluwer te kunnen sturen. Reacties graag binnen een week naar: info@bobwessels.nl.

Hierbij de concepttekst:

[…]

[5273] Procedure. De wet bevat geen uitgewerkte regeling ter zake van de overgang van het v.a.-regime naar de situatie dat de rechter-commissaris ex art. 137g beschikt dat ‘alsnog een verificatievergadering wordt gehouden’. Art. 137g lid 2 bepaalt slechts dat de curator van deze beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennisgeeft en daarvan aankondiging doet in de Staatscourant. Art. 137g lid 3 bepaalt: ‘De vijfde, zesde en zevende afdeling zijn van toepassing’, hetgeen de vraag oproept of deze bepalingen van rechtswege op de ex art. 137g lid 1 gegeven beschikking van toepassing zijn (naar mijn mening wel), alsook de vraag hoe leemten of botsingen met het door art. 137a optionele wetsartikelenregime moeten worden opgelost. Ik geef kort de kern weer van de in de literatuur aangereikte uitwerking: art. 137g zou dienen te worden aangevuld met de regel dat indien baten opkomen nadat op de voet van art. 137d jo. art. 137f een uitdelingslijst is komen vast te staan, een vervolguitkering alleen kan plaatsvinden nadat een uitdelingslijst is opgesteld die gebaseerd is op de uitkomst van de ex art. 137g lid 1 bevolen verificatievergadering. Op deze wijze krijgen concurrente schuldeisers alsnog de mogelijkheid de op de uitdelingslijst geplaatste preferente schuldeisers te betwisten. Zie ook par. 5268, slot. Zie uitvoeriger De Moor en Schoorlemmer (2005), p. 79 e.v., die ook aanbevelingen doen voor het geval dat een schuldenaar alsnog overweegt een akkoord aan te bieden. De opvatting van deze auteurs heeft Rb. Den Haag 3 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2559; RI 2015/64, geïnspireerd tot de navolgende uitspraak. Om verschillende redenen vernietigt de rechtbank eerst de beslissing van de rechter-commissaris, om geen verificatievergadering te bepalen: ‘Daarmee heeft [appellant] echter nog niet het door hem gewenste gevolg, namelijk de mogelijkheid tot het aanbieden van een akkoord’. In het licht van HR 27 augustus 1943, NJ 1943/680, acht de rechtbank zich vervolgens vrij om aan de vernietiging van de beslissing van de rechter-commissaris een zodanige andere beschikking toe te voegen als de rechtbank haar geraden zal voorkomen. Daarom zal de rechtbank in onderhavig faillissement een dag, uur en plaats bepalen waarop een verificatievergadering zal plaatsvinden, en tevens de dag bepalen, waarop de schuldvorderingen moeten worden ingediend. De schuldvorderingen dienen uiterlijk 16 dagen voor de verificatievergadering bij de curator te zijn ingediend. Tevens dienen de lijsten als bedoeld in art. 112 overeenkomstig art. 114 zeven dagen voorafgaande aan de verificatievergadering ter inzage te worden gelegd bij de griffie van de rechtbank Den Haag. Het ontwerpakkoord dient ten minste acht dagen voor de verificatievergadering ter griffie van de rechtbank te zijn neergelegd. De griffier zal voor de publicatie zorgdragen’. De rechtbank beslist tevens, dat indien het akkoord niet slaagt, de curator het faillissement alsnog zal afwikkelen op grond van art. 137a e.v.