Skip to content
Welcome / Blog Archive / Nederlands / 2026-03-doc1 Corporate structuring – mooi gestructureerd boek

2026-03-doc1 Corporate structuring – mooi gestructureerd boek

Dit vuistdikke boek (ruim 654 pagina’s) biedt een overzicht van ‘corporate structuring’. De 27 afzonderlijke hoofdstukken zijn door ruim 40 auteurs geschreven. De bundel kwam in januari 2026 uit. De redacteuren verstaan onder corporate structuring de wijze waarop een vennootschap of concern kan worden ingericht en heringericht, en eventueel kan worden afgewikkeld. Dat is natuurlijk een ruim begrip, maar de centrale thema’s worden in vijf delen (met evenzoveel perspectieven) ondergebracht. Daaruit blijkt de brede scope van het boek: (i) ‘corporate finance’, de inrichting van de kapitaalstructuur, alsmede bijdragen over venture-capital en private equity, (ii) ‘vennootschapsrecht’ met de bekende onderwerpen als fusie, splitsing en omzetting, alsmede ontbinding en liquidatie. Vervolgens (iii) ‘medezeggenschap’, met uiteenzettingen over rol van de ondernemingsraad en aan de SER-Fusiegedragsregels 2015. Het ruime onderwerp van het boek schuilt ook in deel (iv) ‘goederenrecht en insolventie’, waar thema’s aan bod komen als (goederenrechtelijke en persoonlijke) zekerheidsrechten, regres en subrogatie, de actio pauliana, de pre-pack en de WHOA. Uiteraard een restdeel, (v) met bijdragen over fiscaliteit, intellectuele eigendom en mededingingsrecht.

Ik ben bezig met een Engelstalige studie over ‘restructuring’ in Europa, en dan vooral de centrale contractuele figuur van het restructuring plan (als meerpartijenovereenkomst) en haar relatie met de oorspronkelijke tamelijk verschillende contracten die de schuldenaar met crediteuren heeft gesloten. Daarnaast natuurlijk onderzoek naar de grensoverschrijdende effecten van een restructuring plan (Europese insolventieverordening? Brussels Ibis? Rome I? Iets nieuws?) Omdat het om een pre-insolventiefiguur gaat (zie art. 4 – 19 Preventive Restructuring Directive 2019/1023) gaat het om bedrijven die in het stadium van ‘likelihood of insolvency’ verkeren (maar niet aan de criteria van een formele insolventieprocedure voldoen) en op een speciale regeling beroep kunnen doen (in Nederland de WHOA), ‘… with a view of preventing insolvency and ensuring their viability’(art. 4(1) PRD 2019/1023).

In deze markt is er natuurlijk behoefte aan geld en terecht hebben Nederlandse studieverenigingen als de NVRII en de Kon. Vereeninging ‘Handelsrecht’ het afgelopen jaar in preadviezen aandacht voor dat bijzondere gebied gehad. Deze studies gaan ook in op vooral vanuit de USA aangewaaide Liability Management Excercise (LME), soms kortweg Liability Management, LM). Het gaat dan in het algemeen over acties die een financier onderneemt om de jegens hem bestaande schuldverplichtingen te herstructureren of te optimaliseren (looptijden aanpassen, rente mitigeren, rangorde verbeteren, het verstrekken van (delen van) interim- of nieuwe financiering) (ruim) voordat de drempel van formeel faillissement of een soortgelijke herstructureringsprocedure is bereikt. Vanuit het perspectief van de debiteur (lener) omvat LME over het algemeen acties (out-of-court) om specifieke contractuele opties te creëren of vast te stellen, bijvoorbeeld het aantrekken van nieuwe schuld door middel van een ‘uptier’ of ‘dropdown’, uitgevoerd conform het vooraf overeengekomen contractuele kader met de kredietverstrekkers, of het wijzigen van die voorwaarden conform de vooraf overeengekomen wijzigingsbepalingen. De gebruikte financieringstechnieken zijn ingenieus en soms behoorlijk complex, elk met zijn eigen specifieke terminologie (drop-down financiering, superior senior raking layers, double-dip transacties, inclusief terugkoop van bestaande schulden met korting, enz.).

Het hoofddoel is het creëren van nieuw kapitaal voor het bedrijf en/of het verbeteren van de kapitaalstructuur van het bedrijf. Als deze transacties te ten aanzien van de debiteur te strak of te benauwend zijn geformuleerd of als de balans tussen de belangen van beide partijen te veel verschuift ten nadele van de schuldenaar, bestaat het risico dat deze transacties juridisch nietig verklaard kunnen worden (met name op grond van de algemene civielrechtelijke regels betreffende de nietigheid van rechtshandelingen, vooral in gevallen van schending van de goede zeden of misbruik van omstandigheden). De DIP (directeuren) kunnen onderworpen worden aan de toepasselijke regels inzake bestuurdersaansprakelijkheid. Indien er onverwacht een formeel faillissement optreedt, zijn de kredietverstrekkers/tegenpartijen van de schuldenaar alleen beschermd tegen de bovengenoemde regels betreffende nietigheid indien hun nieuwe of tussentijdse financiering (al dan niet) valt binnen de reikwijdte van de nationale implementatie van de ‘safe harbours’ van de artikelen 17 en 18 van PRD 2019/1023 met betrekking tot de bescherming voor nieuwe financiering, tussentijdse en andere herstructureringsgerelateerde acties’). Daarnaast moet, meen ik, de schuldenaar de andere of reeds benaderde (betrokken) schuldeisers in een vroeg stadium benaderen om hen te informeren over eventuele regelingen die een of meer (mede)schuldeisers in een andere positie plaatsen. De vraag speelt of het tot zijn plicht behoort om relevante (financiële) bedrijfsinformatie te verstrekken, die tevens de basis vormt voor andere schuldeisers om hun oordeel te vormen over de goedkeuring van en stemming over een gepresenteerd restructuring plan.

Om dat gebied beter te kunnen doorgronden en vanuit Nederlands perspectief belicht te zien, biedt het boek fraaie overzichten. Ik denk onder meer aan Bronnen en vormen van financiering: strategische financiering in de praktijk (Bas Stoetzer en Geert Damman), Converteerbare leningen (Mandy van Boven en Marcel van den Nieuwenhuijzen), Venture capital en private equity (Wouter Kok, Geoffrey Beurskens en Herke van Hulst) en Financiering met onderling verschillende rang – intra-crediteurenovereenkomst (Anneloes van Uhm en Bastiaan van den Boogaart). Ook andere voor de gewone civilist leerzame thema’s vangen aandacht. Ik denk aan Gezamenlijke zekerheid en de zekerhedenagent (Gianluca Kreuze), met aandacht voor gesyndiceerde leningen en gezamenlijke zekerheid (waaronder parallelle schuld (parallel debt) en alternatieven voor de aanstelling van een zekerhedenagent, Upstream- en cross-streamgaranties en zekerheden Herman Wamelink en Merijn Batteram) met uitleg over contractsclausules zoals deze door de Loan Market Association worden gebruikt en de juridische gevaren daarbij (vennootschappelijke doeloverschrijding, actio pauliana, financial assistance en tegenstrijdig belang). Een fraai overzicht daarbij is ook het altijd lastige onderwerp van Regres en subrogatie in concernverband.

Even afgezien van mijn specifieke belangstelling in ‘herstructurering’, biedt ‘Corporate structuring’ een fraai en vaak diepgaand (ook met veel noot-verwijzingen) overzichtsboek, van belang voor de (ondernemingsrecht)praktijk en de wetenschap, geschreven door experts op de verschillende deelgebieden, de financieringsadviseringspraktijk, advocatuur, notariaat en wetenschap. In deze gebieden zijn ook de lezers van het boek te vinden. De kniesoor in mij mist een goed trefwoordenregister. Ook voor (master)studenten die zich willen verdiepen in ondernemingsrecht en structureringsvraagstukken is het een waardevol boek.

Harold Koster, Reinout Vriesendorp, Stefan van Rossum en Cees de Groot (red.), Corporate structuring, Deventer: Wolters Kluwer 2026, 654 pp. ISBN 9 789013 183863.

Noot: dit boek ontving ik kosteloos van de uitgever met het verzoek om het aan te kondigen of te bespreken op mijn blog op www.bobwessels.nl.