Search

Follow me

RSS feed

Archive

2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog

2018-09-doc7 Leiden Law School continuously successful in winning III Insolvency research prizes

In 10 years the International Insolvency Institute's Prize has become a global phenomenon and a token of excellence for insolvency research performed by younger academics. The III Prize is awarded for original legal research, commentary or analysis on topics of international insolvency and restructuring significance and on comparative international analysis of domestic insolvency and restructuring issues and developments. The Prize Competition is open to full and part-time undergraduate and graduate students and to practitioners in practice for nine years or less. Medal-winning entries will be considered for publication in the Norton Journal of Bankruptcy Law and Practice (West) and for inclusion in the Westlaw electronic database. Every year I am signalling that the competetion is open again, see e.g. http://www.bobwessels.nl/blog/2018-01-doc6-iii-prize-2018-in-interntional-insolvency-studies/.
The Leiden Law School is particularly successful - may I say - in delivering high quality research. My former PhD candidates, now doctors in law, Yanying Li and Xinyi Gong were among the Prize winners of 2014 and 2015, whilst porfessor Matthias Haentjens' students Lynetter Janssen and Shuai Go were listed as Prize winners in 2017 and 2018. For the prize-winning papers, see https://www.iiiglobal.org/iii-prize-in-insolvency. For the students not only a very rewarding compliment, but also an unique entry to the colleagual (practitioners, academic and judicial) networks of insolvency experts from around the globe by being around for a few days during III's Annual Conference, this time in New York, 24-25 September 2018.

2018-09-doc6 Rechtbank Rotterdam volgt mijn opvatting uit Insolventierecht Deel III

In een recente zaak ligt bij de rechtbank Rotterdam de vraag voor of het mogelijk is om de vordering op grond van art. 47 Fw te verrekenen met een op art. 39 Fw gebaseerde boedelschuld (een 'post-faillissementsvordering'). De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de rechtsregel uit Kuijsters/Gaalman q.q. (HR 30 september 1994, NJ 1995/626) ook op die situatie van toepassing is. De rechtbank beslist conform mijn opvatting, overwegende: 'Volgens Wessels staat de ratio van artikel 51 Fw aan verrekening met een boedelschuld in de weg, althans in het geval de boedelschuld voortvloeit uit een met de curator aangegane rechtshandeling (Wessels Insolventierecht nr. III, 2013/3248): '(…) ik zou de onmogelijkheid van verrekening willen bepleiten van de schuld uit art. 51 van de wederpartij met een vordering op de curator wegens een met deze uit anderen hoofde aangegane rechtshandeling. Niet verrekend kan bijvoorbeeld worden de postfaillissementsvordering op de curator wegens door de wederpartij (professioneel bewaarder) verdiend bewaarloon met een op haar ex art. 51 drukkende schuld, zijnde de terugbetaling van een in de vooravond van het faillissement verkregen betaling van een aantal openstaande facturen voor bewaarloon uit het verleden.' Zie Rb Rotterdam 1 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7569, beslissend dat doel en strekking van art. 47 jo. art. 51 aan een verrekening met een boedelschuld uit hoofde van art. 39 Fw in de weg staat. In Nederland gebeurt het zelden dat in de rechtspraak naar opvattingen in de literatuur wordt verwezen. Het is plezierig te zien dat rechters zich door rechtliteratuur laten inspireren, zie voor enkele andere gevallen http://www.bobwessels.nl/blog/2015-09-doc17-wessels-insolventierecht-iii-aangehaald-door-rechtbank-noord-nederland/

 

2018-09-doc5 9th Grand Prize Jean Bastin 2019

The Fonds Scientifique Jean Bastin, a Belgian international non-profit association, will grant a substantial amount in the form of a Prize 20.000 euros to the author of the best thesis in the area of the indebtedness and solvency of the States. Granted for the first time in 1992, this is the 9th Grand Prix Jean Bastin 2019 Prize. It is one of the most prestigious in the legal and economical domain. The thesis must have been published after 1 January 2016 or to be published. Three areas of particular interest for the prize application have been mentioned:
The State in arbitration - International commercial arbitration and investment arbitration. Issue with the enforcement of arbitral awards against a State. Scope and limit of immunity from enforcement. Remedies. The issue of enforcement and post-arbitration mediation on the quantum of the conviction.
The State-debtor - Issue of vulture funds, protective legislations. Debt market. Forum shopping. Enforcement of foreign arbitral decisions or awards.
The State in bankruptcy - Problem of the public debt - IMF surveillance.
The thesis must be introduced, in conformity with the procedure set under the rules, by 30 November 2018 at the latest. It will be assessed by a Jury of four Belgian professors, and be presided by Minister of State Mark Eyskens. For more details regarding the subjects and the participation rules: www.fsjb.be (only in French) or contact info@fsjb.be.

2018-09-doc4 Wetgeving insolventierecht: klankbordgroep aan de macht!

Op 11 september heeft Minister voor Rechtbescherming, Sander Dekker, twee brieven naar de Tweede Kamer gestuurd, die van belang zijn voor de verdere ontwikkeling van wetgeving op het terrein van het insoventierecht. De eerste is de tiende voortgangsbrief programma 'herijking faillissementsrecht'. De Wet modernisering faillissementsprocedure wordt op 1 januari 2019 ingevoerd. Ik heb deze al verwerkt in de 5e druk van Deel I van de serie Wessels Insolventierecht ('Faillietverklaring'). Gisteren zijn de laatste correcties op de proeven doorgenomen. Ik verwacht dat het boek eind oktober 2018 verschijnt. Hoe dit zij, in de voortgangsbrief wordt aangekondigd dat 'de reorganisatiepijler' wordt afgerond, zonder een duidelijke tijdsplanning te verstrekken. Ook de lege boedel-problematiek gaat aandacht krijgen. De Hoge Raad had dit thema immers expliciet in handen van de wetgever gelegd (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3269) en het was (merkwaardig genoeg) geen onderdeel van het herijkings-programma. Een nieuwe regeling van de positie werknemers bij de overgang van bedrijfsonderdelen bij faillissement wordt momenteel bezien 'in overleg met de klankbordgroep'. Wat is dat nou weer? De minister licht in een voernoot toe: dit is een groep vertegenwoordigers uit de faillissementspraktijk (waaronder INSOLAD, RECOFA, NEVOA, JIRA, NOvA, NVB), van de vakbonden CNV en FNV en van werkgeversorganisatie VNO/NCW-MKB, '... die fungeert als klankbord in het kader van het wetgevingsprogramma 'herijking faillissementsrecht''. Nu introduceert de Wet modernisering faillissementsprocedures ook een nieuw art. 3a Wet adviesstelsel Justitie, houdende de instelling van een ‘Commissie insolventierecht’. De Commissie insolventierecht opereert in de context van de Kaderwet adviescolleges. De idee voor een dergelijk raadgevend orgaan was ruim tien jaar geleden in art. 1.1.7 (‘Insolventieraad’) Voorontwerp Insolventierecht reeds geopperd en daarna door mij nog eens onder de aandacht gebracht, zie mijn bijdrage in WPNR 2014/7021. Van de Commissie mag overigens worden verwacht dat zij op een meer democratische wijze zal worden totstandgebracht dat deze klankbordgroep, die alleen maar kan worden gezien als een clubje verzamelde deelbelangetjes. Zie www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2018Z15746&did=2018D43511.
In een tweede brief van dezelfde datum krijgt kamerlid Koopmans (VVD) antwoord op zijn in juli 2018 gesteld vraag of de wetgeving rond internationale faillissementen niet verouderd is. In de uiterst korte beantwoording worden enkele literatuurbronnen vermeld (kennelijk had de ondersteunende ambtenaar allen toegang tot TvI en Ondernemingsrecht). Een begin van een eigen idee hierover wordt gemist. Zelfs de huidige stand van zaken in de rechtspraak (HR 13 september 2013, inz. Yukos (op diverse plaatsen in mijn blogs verwerkt) wordt niet opgemerkt. Nee, ook hier wil de minister met de genoemde klankbordgroep bezien of en in hoeverre het wenselijk is om tot modernisering van de regels ten aanzien niet-EU insolventies over te gaan. Zie www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2018D43512&did=2018D43512. Weer klankborden? En die Commissie insolventierecht dan? Enfin, belangrijker is dat eindelijk, zij het via een kamervraag, het ministerie ermee aan de slag gaat. Daartoe had ik eind vorig jaar al opgeroepen, zie  www.bobwessels.nl/blog/2017-11-doc3-wetgever-regel-internationaal-insolventierecht

2018-09-doc3 The 'bankruptcy' of Rembrandt - interview BBC

In Autumn 2017, I started my research into the financial distress of Dutch Golden Age painter Rembrandt. More specifically I am interested in the cessio bonorum proceedings, which started in 1656. See http://www.bobwessels.nl/blog/2017-11-05-rembrandt/. The BBC intends to broadcast a 3 times 60 minutes programme and it was with great pleasure that I was interviewed yesterday by Tim Niel and his film crew, especally about the legal backgrounds of these proceedings. It will be on the British tele in February 2019. In 2019 Rembrandt (1606-1669) will have died 350 years ago. Dutch museums (Rijks, Rembrandthuis, Lakenhal, Friesland Museum, as Saskia van Uylenburgh was born in that region) will make the most out of it. However, Rembrandt is 'global', so also te BBC pays attention to the painter/etcher. Items discussed during the interview were: (i) the will of 1642 of Rembrandt's first wife Saskia and its influence on the insolvency estate 14 years later, (ii) the legal position of little Titus, their son, after Saskia died, (iii) details of the cessio bonorum proceedings themselves, (iv) the composition of Rembrandt's estate and the meaning of the famous inventory list, the treasure-trove for all art historians, (v) the (conflicting?) powers of Mr Torquinius, the 'curateur' (insolvency administrator) and Mr Louis Crayers, the guardian of the orphan Titus, (vi) the assignment of the house (now the Rembrandthuis) to Titus just 4 weeks proir to the application for cessio bonorum, (vii) the causes for Rembrandt's bad financial prosition as mentioned in the his application for cessio bonorum (losses suffered in business, damages and losses at sea, threat by his creditors to be captured) and more general Rembrandt's commercial inflexibility. I stayed away form the chorus of opinions about Rembrandt's intentions, his supposed plans, the aims he had in mind for taking certain actions or an indication of Rembrandt's feelings. We hardly know anything about Rembrandt’s private and commercial live, apart from those areas that are documented in legal forms and documents, baptism registers, notarial deeds etc. This written documentation many times reflect a discordant mood. However, can you give an interpretation of someone's character by interpreting just these documents, just a minor reflection of his real life? There is no diary, hardly anything written by Rembrandt himself. You hardly can justifiably say nothing about the person other than that Rembrandt was a special man, indeed he was. I will signal the date of the BBC broadcast once it is known.