Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog

2018-12-doc3 Lezing: het failllissement van Rembrandt

Zie uit naar het verzorgen van de Dieslezing voor het Dispuut voor Romeins recht en Europese rechtsgeschiedenis Philips van Leyden b.p., verbonden aan de Leiden Law School. Datum: woensdag 12 december 2018. Onderwerp: het faillissement van Rembrandt. Bijeenkomst: KOG, Steenschuur 25, Leiden. Programma: Borrel: 17.30u (B025); Lezing: 18.30u (B035). Organisatie via Maarten Klink, Praeses van Philips van Leyden b.p. Info via: philipsvanleyden@gmail.com. Voor enige achtergrond zie www.bobwessels.nl/blog/2018-09-doc3-the-bankruptcy-of-rembrandt-interview-bbc/

2018-12-doc2 WSNP 20 jaar. Waar staan we?

De WSNP bestaat deze maand 20 jaar. Het kwartaalblad WSNP Periodiek besteedt er een themanummer aan. Ik schreef over 'Schuldsaneringsrecht een functioneel rechtsgebied?, in: WSNP Periodiek, jrg. 9, december 2018, nr. 4, pp. 29-35. Het slot van die bijdrage laat ik hier volgen:

Waar staan we?

'Nederland heeft een van de hoogste schuldquoten van Europa, ruim 800 000 huishoudens, inclusief honderdduizenden kinderen, leven structureel in armoede. De huidige WSNP functioneert amper als reddingsboei: van ruim 14 000 (2011) naar ruim 8 000 (2017) toelatingen per jaar en dit jaar naar verwachting nog geen 6000. Er worden telkens meer beschermingsbewinden toegepast. In 2017 ruim 240 000, een groot percentage daarvan in verband met problematische schulden. In het voortraject voor de WSNP is er een dominante rol voor gemeenten, zijn er elkaar voordringende overheidscrediteuren en is er complexe regelgeving (binnen de civielrechtelijke kaders en de soms problematische afstemming met publiekrechtelijke, in het bijzonder gemeentelijke wet- en regelgeving). Deze ontwikkeling brengt Huls (afscheidsrede Leiden, 2016) ertoe voor te stellen dat er op kabinetsniveau in ieder geval een ‘probleemeigenaar’ zou moeten komen, een projectminister die de regelmachinerie van een vijftal departementen beter kan stroomlijnen.

Kijk ik vanuit rechtswetenschappelijke optiek naar het terrein van het schuldsaneringsrecht, dan is de weg naar het zijn van een functioneel rechtsgebied nog niet afgelegd. Rechtswetenschappelijk onderzoek blijft ten achter. De praktijk worstelt met problemen waar de wet onvoldoende handreiking biedt. Ik denk aan (i) de problematiek rond de ontbrekende of incomplete 285-Fw-verklaring, (ii) het ontbreken van een wettelijke regeling voor de restschulden van de hypotheek op de eigen woning, waarvan de waarde de laatste jaren beduidend kan zijn afgenomen, (iii) de strikte toelatingscriteria voor (ex-)ondernemers tot de schuldsanering. Verder zijn er zeer complexe regelvelden ten aanzien van het vermogen van al dan niet ten dele in gemeenschap van goederen gehuwden of van sanieten die (al dan niet gehuwd) een aandeel hebben in het vermogen van een vennootschap onder firma.
Research, mede Europees, internationaal en rechtsvergelijkend van aard, kan antwoord geven op vragen rondom de wenselijkheid en de effecten van diverse vormen van schuldhulpverlening en schuldsanering en de mogelijke concurrentie tussen bijvoorbeeld beschermingsbewind en schuldsanering en de onderlinge afstemming tussen beide. Rechtswetenschappelijk onderzoek in tijdschriften is schraal.
Gezien de maatschappelijke relevantie, onderstreept door de continue aandacht in de pers en het maatschappelijk debat rondom de (mondiale) schuldenproblematiek, lijkt me versterkte aandacht in het universitaire onderwijs geboden. Door haar unieke kenmerken van recht en beleidspraktijk (sterk gemeentelijk gevoed), ingebed in civiel- en insolventierecht en het gemeenterecht, is sprake van een uniek integratievak voor masterstudenten. Daarbij zouden ook empirische onderzoeksmethodieken betrokken moeten worden. Op universitair niveau lijkt me stellig ruimte voor een of twee leerstoelen ‘Schuldhulp en schuldsanering’. Dit zou uniek zijn in Nederland en voor zover ik kan nagaan in Europa. Deze leerstoelen zouden dienen aan te sluiten en te worden ingebed bij lopend (internationaal) rescue en insolventie-onderzoek en/of gemeentelijk zorgrecht. Met kennis en ervaring over het thema schuldhulp en schuldsanering kunnen de leerstoelhouders bijdragen aan een verbreding en verdieping van de verhouding insolventierechtswetenschap-gemeenten waartoe de decentralisatie van Rijkstaken naar gemeenten noopt; schuldhulp en schuldsanering kunnen ook samenhangen met een onderzoeksthema als ‘armoede in het privaatrecht’, terwijl – zoals ik aangaf - de eigen thematiek zowel een mastervak rechtvaardigt, als mogelijkheden biedt voor het leggen van een grondslag voor c.q. van een beroepsvereniging.
Een naar samenhang strevend functioneel rechtsgebied als het schuldsaneringsrecht verdient een eigen regeling in een overzichtelijke, toegankelijke en coherente wet, met expliciete vermelding van het doel van de regeling en vaste begrippen, heldere uitganspunten per onderdeel en een op maat gesneden belangenafweging tussen alle belanghebbenden (stakeholders) in een schuldsanering. Binnen afzienbare tijd is op het terrein van continuïteit van ondernemingen in de Faillissementswet een nieuwe Titel IV, met het opschrift ‘Buiten faillissement en surseance van betaling’ te verwachten. Ik stel een Titel V van de Insolventiewet (herziene naam voor de huidige Faillissementswet) voor, met het opschrift ‘Buiten schuldsanering’. Dat te bereiken mag niet twintig jaar duren.'

Nadere informatie: www.wsnp-periodiek.nl. 

2018-12-doc1 Compendium Beslag- en executierecht: een handboek

Onlangs verscheen het Compendium Beslag- en executierecht. Het is een zeer uitvoerige, bijna 1000 pagina’s tellende bundel, met 56 artikelen en een voorafgaande ‘Visie op rechtshandhaving’, geschreven door in totaal ongeveer 70 auteurs uit praktijk en wetenschap. De redacteuren van het Compendium Beslag- en executierecht, S.J.W. van der Putten, gerechtsdeurwaarder, en M.R van Zanten, advocaat, beide uit Amsterdam, vonden aanleiding om de bundel op te zetten in het kielzog van het consultatie wetsvoorstel herziening beslag- en executierecht. De rode draad in het boek is een kritisch commentaar op het tamelijk beperkte voorstel, suggesties voor wat er wel/ook in zou moeten staan, en meer algemeen op de tekortkomingen van het huidige recht inzake beslag en executie. Na Van der Putten’s mooie Visie op rechtshandhaving, kent de bundel gegroepeerde artikelen onder de kopjes Algemene beschouwingen, de deurwaarder, exploiten, executoriale titels, beslag en executie (het merendeel), cumulatie en verdeling, executievan overheidsvorderingen, en ‘internationaal’. Ik stip uit dit scala aan onderwerpen slechts een enkel punt aan, mijn eigen belangstelling volgend.

Instructief zijn bijdragen over vooropleiding en positie van de deurwaarder en beginselen van rechtsherstel, zijn/haar rol daarbij, in het bijzonder de toegevoegde waarde van een deurwaarder en de-escalatie. Ook over diverse soorten van beslag en international standaarden bij beslag- en executierecht en het verkrijgen van informatie zijn de stukken lezenswaardig. Dat geldt ook voor een bijdrage over executoriale titels in het licht van de incassopraktijk en diverse vormen van beslag, de rol van de rechter daarbij of de dwangsom. Het zijn alle inzichtelijke artikelen, vaak met benodigde diepgang, die praktijkjuristen en wetenschappers een behoorlijke kijk geven op het beschikbare recht en de uitvoeringspraktijk. Ik noem ook onderwerpen als het binnentreden door justitie, beslag op contact geld, op waardevolle kunst, op domeinnamen en bitcoins, of beslag in het erfrecht en het faillissementsrecht. Zowel praktijk en wetenschap kunnen met deze bijdragen hun voordeel doen. Ook verdienen aandacht onderwerpen als de executie ten aanzien van aandelen, via veiling van roerende zaken via internet, de fomele gang van zaken bij ontruiming of grensoverschijdend (conservatoir) beslag. Ik complimenteer de redacteuren met hun keuze en de wijze waarop zij, over-all, auteurs tot kwalitatief prima bijdragen heeft weten aan te zetten, waardoor een waar handboek is ontstaan voor rechtsbeoefenaren van het brede beslag- en executierecht. Inderdaad, een handboek, want haar inhoud is meer dan een (voor juristen een beetje beladen ‘klaper-achtige' begrip van) compendium.

S.J.W. van der Putten en M.R. van Zanten (red.), Compendium Beslag- en executierecht, Den Haag: Sdu 2018.

Nadere informatie: https://www.sdu.nl/compendium-beslag-en-executierecht.html

NB: dit boek heb ik kosteloos ontvangen van de uitgever met het verzoek om het aan te kondigen of te bespeken op mijn blog op www.bobwessels.nl.

2018-11-doc12 Call for papers european/international insolvency law research

The Stichting (Foundation) Bob Wessels Insolvency Law Collection (secretariat: Professor Reinout Vriesendorp Leiden University Law School, Steenschuur 25, 2311 ES Leiden, The Netherlands), recently announced its first PhD Workshop on European/International Insolvency Law. The Foundaton invites PhD students from Europe and beyond to present their ideas, but also the challenges and questions they are confronted with in a two day workshop held at Leiden University in Leiden, Netherlands, starting 28 February 2019. Goals of the PhD Workshop are twofold. First, it would provide PhD students from all over Europe and the world with a chance to connect with peers who are at the very same stage of their legal or academic career. They can meet, exchange experiences and create a
network. Second, the workshop would allow each participant to present, test and discuss their (developing) ideas in front of fellow colleagues as well
as experienced professors in order to strengthen their research findings and skills.
Setting of the PhD Workshop: the workshop is sponsored by the Stichting Bob Wessels Insolvency Law Collection which is supporting the international and European insolvency law section in the Law school library of Leiden University. Therefore, the workshop will take place at Leiden University annually in
the last week of February/first week of March. The Stichting will provide one night accommodation in Leiden and (if not otherwise reimbursed) a maximum of 50% of the travel expenses up to EUR 250,-. Participation in the workshop is limited to invited PhD students. Applications for invitations must be submitted by December 31, 2018 to Prof. Stephan Madaus (stephan.madaus@jura.uni-halle.de).
Responsibility for the review of applications and the workshop itself is with the Board of the Stichting: Prof. Matthias Haentjens; Prof. Eric Dirix Belgium), Prof. Stephan Madaus (Germany), Dr. Paul Omar (England) and Prof. Reinout Vriesendorp. Prof. em. Bob Wessels will be involved as a patron.
Prize: the participants to the PhD Workshop may compete for a prize (a choice from the Collection which was not selected or made available by the Library and an amount of EUR 500,-) as a recognition of the most original presentation.  
For the application form, see file:///C:/Users/Bob/AppData/Local/Microsoft/Windows/INetCache/Content.Outlook/D49WV99R/20181106%20call%20for%20papers%20for%20Bob%20Wessels%20PhD%20workshop%2028%20february%202019.pdf.PDF

2018-11-doc11 Oxford Principles of European Union Law

When I was a young law student in Amsterdam, in the early 70s of last century, ‘European Community Law’, as it was called then, was an optional course. The very far away subject was followed by some 10 students. It intrigued me because there seemed to be a new organisation to achieve a common economic market for the six Western-European countries originally involved. We generally knew about the European Coal and Steel Community (ECSC, in Dutch EGKS), but what was this European Economic Community (ECC)? We learned bits about the EEC Treaty, whether ECSC was a ‘supranational’ organisation and what that meant. We learned about cases such as Van Gent en Loos and Costa v Enel, literature was scarce, the lecturer I recall as uninspired and uncertain. Since then (open door!) the world has drastically changed. The European Union (so not ‘community’) reflects a fully different area, in terms of its composition, scope and depth and influence in general legal practice. It also influences the use of languages and the overall involvement of courts in all (still) 28 Member States. It really is there, also socio-politically, e.g. allowing certain populist groups to look for a scapegoat (‘Brussels’). In parallel with the enormous geographic and thematic expansion, also the constitutional and legislative principles underpinning the EU as a Union have constantly evolved. The publication Oxford Principles of European Union Law, with Volume I in front of me, is a witness of it.  It will grow to a three-volume study aiming to provide an authoritative academic treatment of European Union law. Written by over 100 scholars and practitioners, the editors, Schütze and Trimidas, promise an exercise in ‘intellectual federalism’, bringing together a diversity of distinct intellectual traditions and academic viewpoints ‘… in the hope of weaving them into a coherent intellectual ‘order’’. They have their home universities but are both also professor at the College of Europe in Bruges, Belgium. All contributors will use three volumes to achieve this aim, the first one shortly discussed below, a Volume II, exploring the structure of the internal market, and a Volume III which will present internal and external substantive policies of the EU.
Volume I presents an analysis of the constitutional principles governing the EU. It contains six parts: I History and Nature, II Constitutional Foundations, III Institutional Framework, IV Legislative and Executive Governance, V Judicial Protection in the EU and VI The External Relations of the Union. With close to 1300 pages of text in Volume I, I only can thumb through it.
Part I starts off with a thorough piece on the EU’s history, dividing its stages of geographic enlargement, including its progress towards achieving an internal market, and broadening its areas of interest: social policies, environmental and consumer protection as well as the Maastricht and Amsterdam Treaty innovations. The chapter on International Perspective elaborates on phenomena such as ‘State’ and ‘Sovereignty’, using political theories of for instance Schmitt and Kelsen, including the debates and controversies that go with these terms. Here also one finds the sheer emo-political debate about the EU as a (con)federation. In the chapter about the constitutional context the case law I mentioned and where I heard about over 40 year ago (finally) is been put in the perspective that they can be understood. This chapter incudes a good overview of the principles of subsidiarity and proportionality, so often used in debates about to which level of detail the European Commission can take legislative measures, and the explanation of the principle of sincere cooperation, which the CJEU in 2011 (in the Handlowy case) surprisingly used in a cross-border insolvency case. Many of the topics mentioned above are treated in a comparative chapter, as last chapter of this Part I.
Part II on Constitutional Foundations is instructive as to the EU’s competences, including future observations on e.g. the policy responses in the light of the existing EU Treaty framework, and beyond it, with regard to the financial crisis. With a constitutional eye the present state is regarded as ‘the current imperfect’. In this part even more profound attention for the principle of subsidiarity (the CJEU uses a light touch subsidiarity review) and the principle of proportionality, regarded as a powerful principle for the protection of the individual but an ineffective tool to tame the expansion of EU competence. All forms of direct effects and indirect effects are discussed, including some useful (at least for insolvency lawyers) remarks with explanation of what a Regulation and a Directive is, who the addresses of these effects are and their vertical or horizontal effects. In another chapter, again, the principle of sincere cooperation is shed light upon, be it rather in the angle of the principle of respect for member states’ national identities. Instructive and / or instrumental are chapters on fundamental rights and the EU and the method and processes of Treaty amendments.
Very clear and insightful too is the explanation of the EU institutional machinery, particularly the European Parliament (including discussion on the seat and working places of the EP and the puzzle of consensus formation, for instance), the Council’s structure and role (its democratic legitimacy is problematic, it is submitted), the Commission, the Court of Justice of the European Union (its jurisdiction and the role of the Advocate General, and the way judgments are reached, and the structure and role of the European Central Bank and the the Court of Auditors. Part IV on legislative texts and executive governance, covers such items as
delegated legislation and implementing acts and Union’s budget and the budgetary procedure, Part V is a must read for litigators in the EU area, covering judicial protection, including judicial review, EU liability actions and enforcement actions and state liability. Finally, in Part VI, the focus is on external relations of the Union, including its external competences and decision making procedures and the membership of the EU in international organizations.
In this short announcement there is no room for discussion. Compared to available literature over 40 years ago, the book is a blessing for the brains. All of the chapters portray richly latest research and case law on the theme described, being of interest to anybody (e.g. practitioners, PhD students, legislators, judges) studying or dealing with the legal complexities the EU presents. From the title, Oxford Principles of European Union Law, the word ‘Oxford’ is odd. In this Volume only one author is connected to the university with the same name. Did the publisher elbowed itself into the title, claiming exclusivity? On its content, in all, in a broad historical, comparative and theoretical approach, it presents an illuminating analysis of the constitutional principles governing the EU. Evidently, this volume goes well beyond the traditional textbook, rather is a scholarly and doctrinal treatment of the founding building blocks forming an interwoven part of the constitutional legal order we call European Union.

Robert Schütze and Takis Tridimas (eds.), Oxford Principles of European Union Law, Volume 1: The European Union Legal Order, Oxford University Press 2018, 1322 pp. ISBN 978 0 19 953377

Ordering information: https://global.oup.com/academic/product/oxford-principles-of-european-union-law-9780199533770?q=tridimas&lang=en&cc=nl

Note: this book I received free of charge from the publisher with the request to announce it or to review it on my blog at www.bobwessels.nl.