Search

Follow me

RSS feed

Archive

2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog 2017

2017-10-doc6 Polak-Pannevis, Insolventierecht, 14e druk, 2017

De laatste 20 jaar verscheen van het boek Polak/Pannevis, Insolventierecht, om de 3 jaar een nieuwe druk. In september 2017 verscheen de 14e druk van het boek dat tot 2011 de titel ‘Faillissementsrecht’ had. Voorwaar een prestatie van formaat. De titel van het boek is wel, maar de opzet is niet gewijzigd. Dus wordt de gehele stof aan de hand van de Faillissementswet beschreven, en waar nodig wordt aanverwante wet- of regelgeving besproken, met veel aandacht voor rechtspraak van de Hoge Raad, maar ook lagere rechtspraak komt aan bod. Dit alles is verwerkt tot 1 mei 2017; een enkele actualiteit van daarna is nog verwerkt. Het accent ligt in het boek op het materiële insolventierecht. Aandacht is er zodoende voor alle belangrijke onderwerpen, van afkoelingsperiode, boedel, bestuurdersaansprakelijkheid, curator tot verrekening, verificatie, vereffening en wederkerige overeenkomsten. Ook wordt in enkele bladzijden de herschikte EU Insolventieverordening besproken. De bewerker geeft aan dat stapje voor stapje het insolventierecht wordt herschreven. Hij bespreekt onder meer de onlangs aangepaste onderdelen van de wet, zoals het civielrechtelijk bestuursverbod en de informatie- en meldings- dan wel aangifteplicht omtrent onregelmatigheden rond het faillissement. Het boek kenmerkt zich door een systematisch samenvatting van wet en rechtspraak, die als toelichting daarop dient. Het heeft een gidsfunctie voor hen die zich binnen de studie of voor een beroep het insolventierecht eigen moeten maken. Het bevat uitvoerige registers op wetsartikelen, rechtspraak en trefwoorden, een voorbeeld van een uitdelingslijst en een lijst van afkortingen (waarin verrassenderwijs als afkorting voor mijn naam wordt gebruikt: BWS). Het boek vormt een deugdelijke introductie tot het insolventierecht, maar een ‘inleiding’ is het, met ruim 500 bladzijden, niet. Dat maakt het weinig geschikt voor educatieve doeleinden. Het is een gedetailleerd naslagwerk, dat vaak wordt aangehaald, in de vakliteratuur en in conclusies genomen door het parket bij de Hoge Raad, hoewel het boek een kritische bespreking van de rechtspraak van de Hoge Raad, discussie met verschenen literatuur en beschouwend commentaar op wetgeving mist. Een voorbeeld. Naast de vanouds bestaande taak van beheer en vereffening van de boedel (art. 68 lid 1 Fw) van de curator heeft de ‘wet versterking positie curator’ per 1 juli 2017 geleid tot een op haar/hem rustende informatie- en meldings- dan wel aangifteplicht van (kortweg) faillissementsfraude (art. 68 lid 2 Fw). Een evaluatie van deze verplichting binnen de algemene taak van de curator, van de doelen die met deze nieuwe verplichting worden gediend (‘poortwachtersfunctie’) en de inherente spanning met het algemene crediteurenbelang dat met een faillissement centraal staat ontbreekt. Dat is jammer omdat daarom het boek daarom als leerboek voor universiteiten weinig geschikt is. Voor de rechtspraktijk dient het als beredeneerd compendium van wetgeving en rechtspraak. Voor het assisteren bij het oplossen van uitdagende, complexe vraagstukken is het boek door het gemis van verwerking van literatuur en commentaar niet goed bruikbaar. Het is spijtig dat de auteur, die vele jaren ervaring in het vakgebied heeft, niet de gelegenheid te baat heeft genomen om niet alleen de titel van het boek, maar ook de opzet van het boek te wijzigen en zijn eigen stempel te zetten. N.J. Polak, Insolventierecht, bewerkt door M. Pannevis, 14e druk, Deventer: Wolters Kluwer 2017. Nadere informatie via https://www.wolterskluwer.nl/shop/boek/insolventierecht/NPINSOREC/  

2017-10-doc5 Regeerakkoord 2017-2021 over aanpak schulden

In het regeerakkoord 2017-2021 staat onder de kop 'Zekerheid en kansen in een nieuwe economie' op p. 27 een hoofdstuk, getiteld 'Terugdringen van schulden en armoede'. De passages luiden als volgt (nummering heb ik erbij gezet): "Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terug dringen en mensen met schulden effectiever te helpen. 1 Schuldhulpverlening is en blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Via programmatische afspraken wenst het kabinet met gemeenten tot een vernieuwende schuldenaanpak en een verbeterd schuldhulpverleningstraject te komen. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan bod komen: 1.1 Verbeteren van de (toegang tot) schuldhulpverlening, met kortere wachttijden. 1.2 Beter samenwerken met andere partijen om onnodig oplopen van schulden te voorkomen. 1.3 Voorkomen van uithuisplaatsingen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn. 1.4 Ruimte geven aan gemeenten om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren. 2 De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. De overheid dient de beslagvrije voet te respecteren. Om escalatie van schulden te voorkomen, wordt meer ingezet op direct contact met schuldenaren. De stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies wordt gemaximeerd. Mogelijkheden voor betalingsregelingen worden uitgebreid. 3 Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie. 4 Excessen in kredietverlening zullen worden tegengegaan, net als verdienmodellen waarbij hoge rentes mensen in de problemen brengen en de kosten van wanbetaling op de samenleving worden afgewenteld. 5 De juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Er komt een experiment met een schuldenrechter, die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt. Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind. 6 Met gemeenten en erkende vrijwilligersorganisaties wordt gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding. 7 Het kabinet zal extra middelen beschikbaar stellen voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede - in het bijzonder onder kinderen." Zie https://www.tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/regeerakkoord20172021.pdf. De punten 1 en 2 kunnen in theorie alleen maar worden onderschreven, hoewel uiteraard veel van de uiteindelijke vormgeving van deze 'programmatisch afspraken' afhangt. Punt 1.3 kan aanleiding zijn art. 287 lid 4 Fw (voorlopige voorziening hangende het schuldsaneringsverzoek) aan te passen. Punt 2 noopt ertoe goed te onderscheiden tussen de overheid als organisatie die het algemeen belang dient, en de overheid als crediteur. Ik begrijp dat het inherente conflict of interest beter onder ogen wordt gezien. Punt 3 kondigt een professionaliseringsslag bij incassobureaus aan, met een 'incassoregister'. Dat is een gekke benaming, beter lijkt Wet op de Incassobureaus, want ik neem toch aan dat bij wet geregeld gaat worden wie de registratie uitvoert, welke criteria daarvoor worden aangelegd, wie de 'erkenning' regelt, met een regeling van boete's en deregistratie die waarborgen voor een zorgvuldige procedure bevat, voordat een kantoor diens registratie wordt ontnomen. Punt 4 is vaag. Punt 5 kan leiden tot een - in de literatuur wel besproken - in de wet op te nemen verbijzondering van een redelijkheid en billijkheidsplicht (tussen contractanten) om niet rauwelijks te dagvaarden, maar eerst buiten rechte een vordering trachten te innen. Mogelijk sluit punt 5 hierop aan: de plicht van een schuldeiser om eerst een betalingsregeling te onderzoeken. Een experiment met een 'schuldenrechter' wordt aangekondigd. Ook onduidelijk. Is dat een 'echte' rechter of een bijzondere rechter (uit de rechtbank?), die ook bemiddelt en als mediator optreedt? Wat zijn 'alle zaken' van de schuldenaar? Diens consumptieschulden en ook zijn schulden wegens alimentatie of zijn hypothecaire schulden? Of ook niet-financiële zaken, bijvoorbeeld probleem met een vergunning? Wat is de verhouding met het met ingang van 1 april 2017 in werking getreden Besluit breed moratorium ex art. 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening? En hoe werkt dit alles uit in het Burgerlijke Wetboek, in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en in de Faillissementswet? Genoeg, dacht ik zo, om met aandacht te volgen.

2017-10-doc4 III Prize competition 2018 now open

The HomeInternational Insolvency Institute has opened its competition ofr the Prize in International Insolvency Studies. The Prize in International Insolvency Studies comprises a Gold Medal Prize for the winning submission as well as a Silver Medal Prize, a Bronze Medal Prize, and several Finalist Prizes. The Prizes are accompanied by an honorarium for the Medal winners. it's for the 13th time that III awards its yearly prizes for original legal research. Topics can be matters of international insolvency and restructuring significance and on comparative international analysis of domestic insolvency and restructuring issues and developments. The winner’s contribution will be published in Norton Journal of Bankruptcy Law and Practice, s/he will receive a trip to the III’s conference in New York City in September 2018. The winner(s) will meet insolvency experts from around the world and be invited to present their paper. The III Prize is awarded for original legal research, commentary or analysis on topics of international insolvency and restructuring significance and on comparative international analysis of domestic insolvency and restructuring issues and developments. The Prize Competition is open to full and part-time undergraduate and graduate students and to practitioners in practice for nine years or less. Entries must not have been published and must be available to be posted on the International Insolvency Institute website at www.iiiglobal.org. Medal-winning entries will be considered for publication in the Norton Journal of Bankruptcy Law and Practice (West) and for inclusion in the Westlaw electronic database. Entries may be of any length but a limit of 20,000 - 30,000 words is preferred. Entries must be received by March 31, 2018. Entries will be judged by a distinguished panel of leading international insolvency academics and practitioners from some 10 countries. All Medal Winners and Finalists will be invited to attend the Conference and will be provided with complementary Conference registration. Medal Winners will also be nominated to Class VII of the III NextGen Leadership Program which will convene in New York in September, 2018 during the III's 2018 Conference. For further details and the terms of the III Prize in International Insolvency Studies go to www.iiiglobal.org or contact Franca Tibando, Executive Director of the International Insolvency Institute NextGen Leadership Program, at ++ 1-416-918-7301 or ftibandonextgen@rogers.com.

2017-10-doc3 Chancery Guide amended

In May this year (see http://leidenlawblog.nl/articles/jin-guidelines-strengthen-court-to-court-cross-border-cooperation) I reported that Sir Geoffrey Vos, Chancellor of the High Court of England and Wales, had approved the adoption of the JIN Guidelines, as part of the court’s Chancery Guide. The Guidelines of the Judicial Insolvency Network (JIN) aim to encourage communication and cooperation amongst national courts by pulling together the best practices in cross-border restructuring and insolvency. In addition to the courts of some eight countries mentioned in that blog, recently courts for Brazil, Argentina and the Supreme Court of New South Wales in Australia have adopted these JIN cross-border cooperation guidelines. In May, in England the adoption led to an unfortunate reference to an earlier version of the American Law Institute/International Insolvency Institute Guidelines Applicable to Court-to-Court Communications in Cross-Border Cases. Recently, this has led to an amendment of the Chancery Guide (see https://www.judiciary.gov.uk/wp-content/uploads/2017/09/chancery-guide-bpcs-amendments-20171002.pdf), which in the relevant paragraphs now state: “Court-to-Court communications in cross-border insolvency cases 25.30 There is increasing international recognition that communication between courts in different jurisdictions may be of assistance in the efficient conduct of cross-border insolvency cases. Improved communication may lead to a co-ordinated approach between the courts and maximisation of benefit for all stakeholders of financially troubled enterprises. 25.31 There are, at present, three principal sets of guidelines for court-to-court communications which might be adopted, with appropriate modifications, in such cases. These are the American Law Institute/International Insolvency Institute Guidelines Applicable to Court-to-Court Communications in Cross-Border Cases; the EU Cross-Border Insolvency Court-to-Court Communications Guidelines; and The Judicial Insolvency Network Guidelines for Communication and Cooperation between Courts in Cross-Border Insolvency Matters. The ALI/III Guidelines are available at https://www.iiiglobal.org/sites/default/files/ALI--III%20Global%20Principles%20booklet.pdf. The EU Guidelines are available at http://www.tri-leiden.eu/uploads/files/eu-cross-border-insolvency-court-to-court-cooperation-principlespdf.pdf. The JIN Guidelines (with minor amendments for use in England and Wales) are available at https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/612376/JIN_Guidelines.pdf. 25.32 In a cross-border insolvency case, the insolvency practitioner involved, together with any other interested parties, should consider, at an early stage in the proceedings, whether the Court should be invited to adopt one of these sets of guidelines for use in the proceedings, with such modifications as the circumstances of the case may require.”

2017-10-doc1 Book Bork on Cross Border Insolvency Law

The core thesis of this book, shortly reviewed here, is that cross-border insolvency rules of all kinds are founded on, and can be traced back to, basic values and that they aim to pursue and enforce such values. The book Principles of Cross-border Insolvency Law is written by professor Reinhard Bork, a very productive scholar of the University of Hamburg. It was written during a Visiting Fellowship at Magdalen College, University of Oxford, and covers cases and literature published before 30 June 2016. Where many insolvency proceedings have increasingly cross-border effects, which are regulated by many international regulations, Bork tries to find an answer to the question of what the underlying principles of international (cross-border) insolvency laws are and how they can be used for the purpose of further harmonising cross-border insolvency law in the EU and beyond. These rules are e.g. the European Insolvency Regulation (recast) and the UNCITRAL Model Law. He also takes account of available soft law and best practices, such as the American Law Institute (ALI) Principles for the NAFTA States, and the Global Principles for Cooperation in International Insolvency Cases of 2012 and the Global Guidelines for Court-to-Court Communications in International Insolvency Cases of 2012, both written by Ian Fletcher and myself (and recently re-published, see http://bobwessels.nl/2017/09/2017-09-doc1-ali-iii-global-principles-and-guidelines-2012/). Also the EU Cross-Border Insolvency Court-to-Court Cooperation Principles and Guidelines (also known as JudgeCo Principles and Guidelines (see http://www.tri-leiden.eu/project/categories/eu-judgeco-project/), as well as the national laws such as Chapter 15 US Bankruptcy Code or Sch. 1 Cross-Border Insolvency Regulation 2006) form a part of his study. The matrix for the research comes from the identification, distinguishing and grouping of several principles into three groups: conflict of laws principles (e.g. unity, universality, equality, mutual trust, cooperation and communication, subsidiarity, proportionality), procedural principles (e.g. efficiency, transparency, predictability, procedural justice, priority) and substantive principles (e.g. equal treatment of creditors, optimal realisation of the debtor’s assets, debtor protection, protection of trust (for secured creditors or contractual partners), social protection (for employees or tenants)). Having grouped and identified his vast area of the object of research in jurisdictional, procedural and substantive principles, conflicts of these principles are examined. Bork’s excellent scholarly treatment will not only be useful for scholars, but will surely help judges building up argumentation and balancing interests when deciding cases, assist practitioners in analysing their position in negotiations or litigation as well as legislators looking for input to law reform or harmonising certain concepts. Especially for PhD students professor Bork’s principle-based approach provides inspiration for evaluating research and may lead to reconsider proposals for shaping and improving cross-border insolvency law. The innovative view presented in the book has as a major advantage that the discussion well goes beyond the traditional rather old school controversy between territoriality and universality. There is a tempting challenge, however, too. Gradually during the last decade, many EU Member States as well as the EU itself have been in a state of new orientation to the function and the workings of insolvency law, in short, a gradual shift in paradigm from the traditional view for insolvency as a creditor initiated collective collecting device to a debtor focused and stakeholder driven mechanism to continue financially troubled, but viable businesses. As far as I can see this new orientation is not accompanied by a vivid, critical debate initiated by one or more universities or practitioners’ organisations. In our recent report on Business rescue in Insolvency Law (September 2017, see http://bobwessels.nl/2017/09/2017-09-doc3-eli-business-rescue-report-published/) professor Stephan Madaus and myself have tentatively suggested that developing a rescue culture – many EU countries are in the midst of it – does not simply transform insolvency law, but rather gives birth to a new and separate field of law governed by its very own principles and functions: restructuring law. Professor Bork’s principled approach may very well enable to critically reflect on their usefulness in the area of (cross-border) restructuring, evaluate their analytical decisiveness for business rescue or assist to connect to principles which may be identified within business rescue. Reinhard Bork, Principles of Cross-Border Insovency Law, 2017. Ordering information: http://intersentia.com/en/principles-of-cross-border-insolvency-law.html.