Search

Follow me

RSS feed

Archive

2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog

2018-10-doc1 Wessels Insolventierecht I 5e druk 2018 verschenen

Wessels Insolventierecht I, Faillietverklaring, 5e druk, 2018 is net verschenen! In mei 2018 kondigde ik op mijn blog de start van de bewerking van de gehele serie aan, zie http://www.bobwessels.nl/blog/2018-05-doc3-start-bewerking-serie-wessels-insolventierecht/. Voor trouwe gebruikers meld ik dat er lichte wijzigingen in de opzet van de serie zijn doorgevoerd: een hechtere verankering in het burgerlijk procesrecht en het vermogensrecht, een ruimer uitzicht op toekomstige wetsontwikkelingen, aandacht voor opvattingen van nationale spelers in het veld (Recofa, Insolad) en voor Europese ontwikkelingen (ELI recommendations en statements van CERIL) en de idee van een ‘deliberate public participatory drafting process’, in mijn blog van mei verder uitgewerkt. Dat heeft enkele zeer bruikbare commentaren opgeleverd. Tenslotte, er is een hoofdredactie is ingesteld (mr dr B. Engberts, raadsheer Hof Arnhem-Leeuwarden; prof. mr T.T. van Zanten, partner Wijn & Stael; hoogleraar RU Groningen en ikzelf) om de continuiteit van de serie, met inbegrip van het aantrekken van bewerkers, te waarborgen.  
Nu het boek zelf. 'Faillietverklaring' is Deel I in de tiendelige serie Wessels Insolventierecht. Alle delen in de serie worden de komende jaren geheel bijgewerkt. Deel I bevat een historische en systematische inleiding van het Nederlandse Insolventierecht. Vervolgens staan centraal art. 1–19a Faillissementswet. Daarbij wordt aandacht gegeven aan de vraag wanneer faillissement aan de orde is, aan specifieke hoedanigheden of aard van de schuldenaar (natuurlijke personen, privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen, afgescheiden vermogens, waaronder de vennootschap onder firma), de procedure tot faillietverklaring en het systeem van rechtsmiddelen bij de faillissementsprocedure, de opheffing wegens de toestand van de boedel en de insolventieregistratie. Onderdeel hiervan vormt ook de vraag of misbruik kan worden gemaakt van een aanvraag tot faillietverklaring, waaronder het thema ‘turbo-liquidatie’. De wet Modernisering faillissementsprocedure, zoals deze op 1 januari 2019 in werking zal treden, is in de tekst verwerkt.
Het slothoofdstuk behandelt de Europese achtergrond en de nationale uitwerking van het faillissement van kredietinstellingen en verzekeraars. Deze complexe regeling wordt in detail becommentarieerd. De Wet herstel en afwikkeling van verzekeraars, in juni 2018 door de Eerste Kamer aanvaard, is van commentaar voorzien.
Literatuur, rechtspraak en wetgeving zijn bijgewerkt tot 30 juni 2018. Zie voor uitgeversinfomatie: https://www.wolterskluwer.nl/shop/boek/faillietverklaring/NPFAILVER-BI18001/

 

20-10-doc2 Denk mee met 5e druk Wessels Insolventierecht II!

Voorjaar 2018 ben ik gestart met de bewerking en actualisering van alle tien delen in de serie Wessels Insolventierecht. Dat wordt dan de 5e druk van de serie. Deo volente hoop ik deze tussen 2018 en 2022 te voltooien. Na bijna 20 jaar na de start van de eerste druk van de gehele serie was het tijd om enkele bescheiden wijzigingen door te voeren. Ik noem kort: versterking van het insolventierecht met accenturing van haar privaatrechtelijke inbedding, verscherping van de procesrechtelijke signatuur van het insolventieprocesrehct en, naast uiteraard de behandeling van het positieve insolventierecht ook aandacht voor nagenoeg vaststaande komende Nederlandse wetgeving en Europese ontwikkelingen. Ook nieuw de instelling van een hoofdredactie (waaring mr dr B. Engberts, raadsheer Hof Arnhem-Leeuwarden en voormalig voorzitter recofa, en prof. mr. T.T. van Zanten, cassatie-advocaat Wijn & Stael Utrecht en sinds begin oktober 2018 hoogleraar Overeenkomst en zekerheid RU Groningen. Zin om iets bij te dragen? In de 4e druk van Deel X in de serie (Wessels International Insolvency Law Part II), welk deel in het najaar van 2017 verscheen, heb ik een nieuw element aan mijn schrijfproces toegevoegd door te communiceren met personen die actief zijn op het gebied van Europese herstructurering en insolventie. Via mijn blog (www.bobwessels.nl) en via LinkedIn heb ik conceptteksten van Part II gepubliceerd met de uitnodiging aan degenen die geïnteresseerd zijn op het desbetreffende onderwerp betrekking hebbende literatuur, uitspraken of praktijkervaringen te sturen of commentaar te leveren op deze teksten. In het voorjaar van 2017 heb ik in een periode van vier maanden acht keer een uitnodiging gepost. Een incentive om op deze wijze bij te dragen aan het ‘live’-debat over mijn ontwerp-teksten is de zekerheid dat (i) substantiële bijdragen worden erkend door de namen van de betrokken auteurs te vermelden en dat (ii) in geselecteerde gevallen de gemailde reacties kunnen worden aangehaald in de tekst, samen met de erkenning van de auteur. De uit ongeveer dertig landen ontvangen reacties, beschrijvingen van praktijkgevallen, literatuurbronnen en zelfs de ontwerptekst van een proefschrift waren de rijke vrucht van het toen geïntroduceerde ‘deliberate public participatory drafting process’ dat mij goed bevallen is. Zie http://www.bobwessels.nl/blog/2017-08-doc5-4th-edition-intl-insolvency-law-part-ii-ready-for-launch/. Om deze reden is in overleg met uitgever Wolters Kluwer besloten dit voor de 5e druk van de serie ook toe te passen. Voor Wessels Insolventierecht I, dat onkangs is verschenen (http://www.bobwessels.nl/blog/2018-10-doc1-wessels-insolventierecht-i-5e-druk-2018-verschenen), werkte dit tot tevredenheid. Enkele personen zijn in het Woord Vooraf voor hun bijdragen bedankt. Belangstelling? Hou dan mijn blog in de gaten en reageer via: info@bobwessels.nl. Alvast dank!

2018-10-doc4 Weer ziekenhuizen in financiële problemen

Citaat uit Wessels Insolventierecht I 2108
.....
[1087]    Zorginstellingen. Voor ziekenhuizen gold tot 2005 een bijzonder regime. Art. 18a e.v. Wet Ziekenhuisvoorzieningen (oud) kende de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur de bevoegdheid toe een ziekenhuisvoorziening te sluiten respectievelijk te saneren. De Commissie Sanering voerde het bij deze Wet behorende Besluit financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1981, 386, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 december 1997, Stb. 702) uit. Bij collisie met de bevoegdheden van een faillissementscurator prevaleren de bevoegdheden van de eerste, aldus Afd. Bestuursrechtspraak RvSt. 31 augustus 1995, TvG 1996/68. Vergelijk ook Vriesendorp, TvI 2005, p. 137 e.v. Thans heeft sanering betrekking op een ‘zorginstelling’, vergelijk Hoofdstuk V (‘Sanering’) in de Wet toelating zorginstellingen, Stb. 2005, 571, en wordt zij uitgevoerd door het College sanering (art. 1 lid 1 onder c van genoemde wet). Sedertdien is de regelgeving aan kritiek onderheving, mede naar aanleiding van de financiële perikelen omtrent het Slotervaart ziekenhuis (Klaassen, Ondernemingsrecht 2015/14) en het faillissement van het Ruwaard van Putten ziekenhuis (vergelijk Kampers en Lintel, TvI 2017/18) en ziekenhuis De Sionsberg. Over aspecten van het faillissement van een zorginstelling, zie Meersma, Hekman en Rijken, in: Onderneming en Financiering 2017 (25) 1, p. 69 e.v. Het onderwerp heeft de aandacht van het ministerie, zZie de evaluatie van de faillissementen van de genoemde twee ziekenhuizenlaatste twee: brief d.d. 8 maart 2016 van de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport, kenmerk 917538-147190-MC. Het ministerie heeft in juli 2017 een 20 pagina tellende ‘Handreiking curatoren faillissementen in de zorg’ gepubliceerd, zie www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/07/06/handreiking-faillissementen-in-de-zorg-voor-curatoren. Gezien het enorme belang gemoeid met de continuïteit in zorg (patiënten belang; financieel belang overheid; werkgelegenheid van vele duizenden) ben ik voorstander van een insolventiestelsel dat meer is toegesneden op de specifieke problematiek bij zorginstellingen en meer pasklare oplossingen aanreikt voor vroegtijdig ingrijpen, zie  www.bobwessels.nl/blog/2017-07-doc7-naar-een-stille-curatele-voor-zorginstellingen-in-financiele-problemen/.'

Tot zover. Voor een staartje zie nog http://www.bobwessels.nl/blog/2017-07-doc8-naar-een-stille-curatele-voor-zorginstellingen-ii/

 

2018-09-doc7 Leiden Law School continuously successful in winning III Insolvency research prizes

In 10 years the International Insolvency Institute's Prize has become a global phenomenon and a token of excellence for insolvency research performed by younger academics. The III Prize is awarded for original legal research, commentary or analysis on topics of international insolvency and restructuring significance and on comparative international analysis of domestic insolvency and restructuring issues and developments. The Prize Competition is open to full and part-time undergraduate and graduate students and to practitioners in practice for nine years or less. Medal-winning entries will be considered for publication in the Norton Journal of Bankruptcy Law and Practice (West) and for inclusion in the Westlaw electronic database. Every year I am signalling that the competetion is open again, see e.g. http://www.bobwessels.nl/blog/2018-01-doc6-iii-prize-2018-in-interntional-insolvency-studies/.
The Leiden Law School is particularly successful - may I say - in delivering high quality research. My former PhD candidates, now doctors in law, Yanying Li and Xinyi Gong were among the Prize winners of 2014 and 2015, whilst porfessor Matthias Haentjens' students Lynetter Janssen and Shuai Go were listed as Prize winners in 2017 and 2018. For the prize-winning papers, see https://www.iiiglobal.org/iii-prize-in-insolvency. For the students not only a very rewarding compliment, but also an unique entry to the colleagual (practitioners, academic and judicial) networks of insolvency experts from around the globe by being around for a few days during III's Annual Conference, this time in New York, 24-25 September 2018.

2018-09-doc6 Rechtbank Rotterdam volgt mijn opvatting uit Insolventierecht Deel III

In een recente zaak ligt bij de rechtbank Rotterdam de vraag voor of het mogelijk is om de vordering op grond van art. 47 Fw te verrekenen met een op art. 39 Fw gebaseerde boedelschuld (een 'post-faillissementsvordering'). De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de rechtsregel uit Kuijsters/Gaalman q.q. (HR 30 september 1994, NJ 1995/626) ook op die situatie van toepassing is. De rechtbank beslist conform mijn opvatting, overwegende: 'Volgens Wessels staat de ratio van artikel 51 Fw aan verrekening met een boedelschuld in de weg, althans in het geval de boedelschuld voortvloeit uit een met de curator aangegane rechtshandeling (Wessels Insolventierecht nr. III, 2013/3248): '(…) ik zou de onmogelijkheid van verrekening willen bepleiten van de schuld uit art. 51 van de wederpartij met een vordering op de curator wegens een met deze uit anderen hoofde aangegane rechtshandeling. Niet verrekend kan bijvoorbeeld worden de postfaillissementsvordering op de curator wegens door de wederpartij (professioneel bewaarder) verdiend bewaarloon met een op haar ex art. 51 drukkende schuld, zijnde de terugbetaling van een in de vooravond van het faillissement verkregen betaling van een aantal openstaande facturen voor bewaarloon uit het verleden.' Zie Rb Rotterdam 1 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7569, beslissend dat doel en strekking van art. 47 jo. art. 51 aan een verrekening met een boedelschuld uit hoofde van art. 39 Fw in de weg staat. In Nederland gebeurt het zelden dat in de rechtspraak naar opvattingen in de literatuur wordt verwezen. Het is plezierig te zien dat rechters zich door rechtliteratuur laten inspireren, zie voor enkele andere gevallen http://www.bobwessels.nl/blog/2015-09-doc17-wessels-insolventierecht-iii-aangehaald-door-rechtbank-noord-nederland/