Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog

2007-03-doc7 Crisis in het handelsrecht?

[Company Law in crisis?] Het bij document 2007-03-doc6 genoemde colloquium was aanleiding om voor de rubriek Privaatrecht Actueel van WPNR een korte bijdrage te schrijven. Zij staat voor april of mei geplanned. Dit is de concept-tekst.crisis-in-het-handelsrecht.pdf

2018-06-doc11 Hummelen / Breeman, Parl. Gesch. Faillissementswet 1896-2017

Voor mij liggen drie kloeke delen, samen ruim 3000 pagina’s, met de titel ‘Parlementaire geschiedenis van de Faillissementswet 1896-2017’. Het zijn de delen III-I, III-II en III-III. De uitgave is verzorgd door J.M. Hummelen en M.S. Breeman, in het dagelijks leven advocaten in Amsterdam. De uitgever is Boom Juridisch Den Haag. De redacteuren verzorgden in 2016 ook een heruitgave van de in insolventiekringen bekende delen Van der Feltz I en II, uit 1896 en 1897, ruim 120 jaar geleden verschenen met de titel ‘Geschiedenis van de Wet op het Faillissement en de Surséance van Betaling’. Beide delen werden verzorgd door Mr. G.W. Baron van der Feltz (1853-1928), liberaal Eerste Kamerlid uit Assen, die in 1921 overstapte naar de Vrijheidsbond. Hij produceerde een (ondertitel bij de beide delen) ‘Volledige verzameling van regeeringsontwerpen, gewisselde stukken, gevoerde beraadslagingen enz.’ Ten tijde van de samenstelling van deze boeken was hij substituut-griffier bij de rechtbank Heerenveen (die in 1923 werd opgeheven). Deze mooie functie heeft overigens de parlementaire opgave van beroepen en functies van kamerleden niet gehaald, zie https://www.parlement.com/id/vg09ll0lrtym/g_w_baron_van_der_feltz. Hoe dit zij, Van der Feltz eindigde zijn Voorbericht aldus: ‘En hiermede ga het boek de wereld in, vergezeld van mijn beste wenschen dat het zijn weg moge vinden’.

Die weg hebben de beide delen van Van der Feltz onmiskenbaar gevonden. Ruim 120 jaar na inwerkingtreding van de Faillissementswet is de Van der Feltz niet weg te denken. In de Nederlandse traditie staat bij uitleg van wettelijke regels de wetsgeschiedenis voorop, gevolgd door de rechtspraak, met op een afstandje de literatuur. De Hoge Raad put nog steeds per jaar enkele keren uit Van der Feltz. De statische zienswijze bij uitleg van wetsgeschiedenis is overigens dat het verleden wordt toegepast om de problemen van het heden op te lossen. Een meer dynamische is dat door herijking van normen uit het verleden, invloed van veranderde maatschappelijke opvattingen, wijzigingen in het vermogensrecht, dat het insolventierecht omringt, technologische veranderingen e.d. zienswijzen worden heroverwogen. In diezelfde traditie wordt het, op zich trage, mechanisme van wetgeving ingezet tot wijziging en aanpassing van de insolventiewetgeving om die nieuwe normen vast te leggen of oneffenheden glad te strijken. Brengt het wettelijke systeem mee dat de curator soms voor niets werkt, dan wil de Hoge Raad (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3269 (Boersen q.q./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf) best toegeven dat de wettelijke regeling van het faillissement ertoe kan leiden dat de curator onder omstandigheden meer werkzaamheden zonder vergoeding heeft te verrichten dan het geval zou zijn indien zijn verzet tegen faillietverklaring door hem wel met succes zou kunnen worden ingesteld op de enkele grond dat de boedel leeg is, maar: ‘Het gaat echter de rechtsvormende taak van de rechter te buiten om aan dit bezwaar verdergaand tegemoet te komen’. Dat moet, voeg ik toe, de wetgever oplossen. Het slechte nieuws – voor curatoren – is dat in de lopende herijkingsvoorstellen dit onderwerp niet is meegenomen. Is de tijd rijp voor Kamervragen?

De drie delen bevatten een overzicht van de parlementaire geschiedenis van de Faillissementswet vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet in 1896 tot 1 januari 2018. Het merendeel van die wetgeving stamt van na 1997. Na dat jaar tot en met 2017 telde ik ca. 75 wetgevingstranches met vele honderden wijzigingen van de wet. Ter vergelijking: tussen 1902 en 1997 waren er ongeveel evenveel van deze tranches.

In dit Deel III, dat in juni 2018 verschenen is, bevat deel III-I de Algemene toelichting die bij elk wetsvoorstel is opgenomen, deel III-II herbergt het overgangsrecht en art. 1 tot en met art. 213kk en deel III-III kent als onderwerp art. 214 tot en met art. 362. Die onderverdeling van ‘algemene toelichting’ in deel III-I en toelichtend commentaar per afzonderlijk artikel (in delen III-II en III-III) is cruciaal bij het gebruik. Niet zelden wordt bij een toelichting per wetsartikel naar de algemene toelichting verwezen, zodat meestal 2 delen geraadplaagd moeten worden. Vaak preludeert deze algemene toelichting op een afzonderlijk wetsartikel, dus ook dan weer 2 delen uit de kast.

Deel III-I begint met een Voorwoord, waarna een korte Handleiding gebruik volgt. Bondig is bijvoorbeeld de opmerking over de doorwerking van KEI. Wordt een artikel gewijzigd door KEI, dan is het ‘KEI-wetsartikel’ opgenomen na het geldende wetsartikel, plus de KEI wetsgeschiedenis. Misschien is de ‘gemiddelde’ gebruiker met wat meer uiteenzetting gediend. Daarna is opgenomen een Lijst met vaak gebruikte afkortingen (een ontwerp van wet doorloopt altijd een nagenoeg gelijk patroon in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, vol met met jargon: GO, MvT, VV II, Nota EV, etc.) gevolgd door een Lijst van verwerkte wetgeving. Uit deze laatste lijst geef ik als voorbeeld de aanduiding van de meest recente verwerking van een wet die de Faillissementswet wijzigt. Die Lijst kent 4 kolommen: (i) de bekendmaking van de inwerkingtreding in het Staatsblad (Stb. 2017, 497), (ii) de datum van de inwerkintreding (32-12-2017), (iii) de verkorte wetsnaam (Uitvoeringswet EU-insolventieverordening) en (iv) het kamerstuknummer (34 729). En zo verder voor ongeveer 150 wetten. Dat is natuurlijk een tijd en energie-vretende arbeid. De weergaven van de algemene toelichtingen in deel III-I staan chronologisch met als kopje het kamerstuknummer (zonder verkorte wetsnaam). Voor mijn voorbeeld over de genoemde Uitvoeringswet: de algemene toelichting begint op p. 1353, met als titel ‘Kamerstukken (34 729)’, zonder die verkorte wetsnaam waaronder nieuwe wetten vaak worden aangeduid. In deze kolommenlijst (het wordt wel priegelen!) zou als vijfde kolom kunnen worden opgenomen: toepasselijke overgangswetgeving. De algemene toelichting bij dit kamerstuk aangaande de Uitvoeringswet (plus VV en Nota n.a.v. VV II), omvat tesamen 18 pagina’s met plain tekst. De redactie heeft halt gehouden bij een systematische en chronologische rangschikking. Een keuze die de gebruiksvriendelijkheid ten goede had kunnen komen, maar het ongetwijfeld het vele indelingswerk nog tijdrovender had gemaakt, zou geweest kunnen zijn diverse onderdelen (bijvoorbeeld ‘centrum van de voornaamste belangen’, ‘secundaire insolventieprocedure’ of ‘groepscoördinatieprocedure’) kort in kantnoten te plaatsen of met gebruikmaking van inspringenen (of iets dergelijks) in afwijkende lettertype weer te geven. Zie ik het goed dan is in genoemde Lijst de KEI-wetgeving zelf niet verwerkt.

De zoeven genoemde groepscoördinatieprocedure kent een eigen rechtmachtsbepaling in art. 5a van de wet. Het artikelsgewijze commentaar daarvan staat in Deel III-II, p. 1440 e.v. Van deze bepaling, met 5 leden, is opgenomen (telkens met kamerstukaanduiding, maar niet de desbetreffende pagina) de MvT, de Nota n.a.v. VV II, de NvW, GO en tenslotte de bekend making (‘Stb. 2017, 497) [Is gelijk aan GO]’). De inwerkingtredingsdatum zelf moet uit Deel III-I worden gehaald.

Uit eigen wetenschap weet ik hoe relatief makkelijk het is de grote brokken aan nieuwe faillissementswetgeving bij te houden. Men denke meer recent aan de ‘Wet versterking positie curator’ of de ‘Wet civielrechtelijk bestuursverbod’. Het zijn echter de kleine wetgevingskeuteltjes uit andere wetgeving die het leven uitdagend maken: wetgeving over onderwerpen die men graag aan anderen overlaat, maar die ergens achterin het voorstel ook een regeltje in de Faillissementswet wijzigen of er eentje aan toevoegen. De drie delen doorstaan mijn a-selectieve steekproef met glans. De Wet tot wijziging van de Wet collectieve afwikkeling massaschade leidde onder meer tot een herzien art. 26, de Invoeringswet vereenvoudinging en flexibilisering bv-recht tot een vernieuwd art. 21 aanhef en onder 7˚, de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012 tot een met enkele woorden aangepast art. 87 en de Wet implementatie Omnibus I-richtlijn tot een toevoeging van enkele woorden aan art. 212c lid 2. Ik kwam ze alle tegen, zij het – minpuntje – niet met de vermelding van de naam van de wet zelf, alleen de aanduiding van kamerstukken en nummer.   

Wie zich met Faillissementswetgeving bezig houdt herinnert zich (uiteraard

2007-03-doc4 Nieuwe postdoctorale leergang Fusie en Overname

[Post-graduate course Mergers and Acquisitions] In september 2007 gaat

2007-03-doc2 Wettekst Ondernemingsrecht

[Legal texts Corporate and Company Law] In de serie SDU Wettenverzameling verscheen vorige week

2007-03-doc1 III Prize in International Insolency Studies 2007

On my weblog, under 2006-10-doc7, you will find references to the International Insolvency Institute Prize in International Insolvency Studies 2007. The 2007 III Prize is awarded for original research, commentary or analysis on topics of international insolvency and restructuring significance or international comparative analysis of domestic insolvency and restructuring topics. The competition for the award is open to full and part-time undergraduate and graduate students, academics and practitioners, in practice for less than five years. With this Prize the Board of the Institute wishes to articulate its aim to stimulate academic or practical research in the aforementioned fields. For the composition of the Jury and the terms and conditions for submission, please see 2006-10-doc7.