Search

Follow me

RSS feed

Archive

2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog

2017-01-doc3 New Insolvency Regulation applies 'after' or 'from' 26 June 2017?

Replacement, as yesterday's 2017-01-doc2 encountered troubles opening it. This is the message: On 26 June 2017 Regulation (EU) 2015/848 of the European Parliament and the Council of 20 May 2015 on insolvency proceedings (recast) (EIR Recast or EIR 2015), [2015] OJ L 141/19, will apply. The well known Council Regulation (EC) No 1346/2000 of 29 May 2000 on insolvency proceedings (EIR 2000), [2000] OJ L 160/1, in legal force since May 2002, will be repealed, see Article 91 EIR 2015. Date of entry into force. Article 92 EIR 2015 (‘Entry into force’) provides that the EIR Recast ‘… shall enter into force on the twentieth day following that of its publication in the Official Journal of the European Union’. The date of publication of the EIR 2015 was 26 June 2015 (OJ L 141/19), so the EIR 2015 enters into force on 26 June 2017. That’s, however, not for the full text. Article 84(1) EIR 2015 provides that the provisions of the EIR 2015 shall apply only to insolvency proceedings ‘… opened after 26 June 2017’. There are three exceptions to this date: (a) Article 86 (‘Information on national and Union insolvency law’), which shall apply from 26 June 2016; (b) Article 24(1) (‘Establishment of insolvency registers’), which shall apply from 26 June 2018; and (c) Article 25 (‘Interconnection of insolvency registers’), which shall apply from 26 June 2019. For Article 86, see http://bobwessels.nl/2015/12/2015-12-14-art-86-eir-recast-will-apply-per-26-june-2016/. And precisely on the date of 26 June 2017? The application of the EIR 2015 is ‘after’ 26 June 2017 (Dutch: ‘na’; German: ‘ab dem’; French ‘a partir du’). What if insolvency proceedings, to which the EIR 2015 applies, are opened exact on the day of 26 June 2017 (which is possible, as it is a Monday)? Based on the interpretation of Articles 25(2), 84(2) and 92(2) EIR 2015, Freitag (posted on: Conflict of laws.net, 14 July 2016) has argued that ‘from’ 26 June 2017 must be understood as ‘by’ or ‘on’ that date. He is right and this was formally confirmed late December 2016 by a Corrigendum to the EIR 2015, see [2016] OJ L 349/9, providing that the provisions of the EIR 2015 shall apply only to insolvency proceedings ‘… opened from 26 June 2017’. The EIR 2000, however, continues to apply to insolvency proceedings which fall within its scope and which have been opened before 26 June 2017, see Articles 84(2) jo. Article 91 EIR Recast.

2017-01-doc2 'After' or 'From' 26 June 2017 the new Insolvency Regulation?

On 26 June 2017 Regulation (EU) 2015/848 of the European Parliament and the Council of 20 May 2015 on insolvency proceedings (recast) (EIR Recast or EIR 2015), [2015] OJ L 141/19, will apply. The well known Council Regulation (EC) No 1346/2000 of 29 May 2000 on insolvency proceedings (EIR 2000), [2000] OJ L 160/1, in legal force since May 2002, will be repealed, see Article 91 EIR 2015. Date of entry into force. Article 92 EIR 2015 (‘Entry into force’) provides that the EIR Recast ‘… shall enter into force on the twentieth day following that of its publication in the Official Journal of the European Union’. The date of publication of the EIR 2015 was 26 June 2015 (OJ L 141/19), so the EIR 2015 enters into force on 26 June 2017. That's, however, not for the full text. Article 84(1) EIR 2015 provides that the provisions of the EIR 2015 shall apply only to insolvency proceedings ‘... opened after 26 June 2017’. There are three exceptions to this date: (a) Article 86 (‘Information on national and Union insolvency law’), which shall apply from 26 June 2016; (b) Article 24(1) (‘Establishment of insolvency registers’), which shall apply from 26 June 2018; and (c) Article 25 ('Interconnection of insolvency registers’), which shall apply from 26 June 2019. For Article 86, see http://bobwessels.nl/2015/12/2015-12-14-art-86-eir-recast-will-apply-per-26-june-2016/. And precisely on the date of 26 June 2017? The application of the EIR 2015 is ‘after’ 26 June 2017 (Dutch: ‘na’; German: ‘ab dem’; French ‘a partir du’). What if insolvency proceedings, to which the EIR 2015 applies, are opened exact on the day of 26 June 2017 (which is possible, as it is a Monday)? Based on the interpretation of Articles 25(2), 84(2) and 92(2) EIR 2015, Freitag (posted on: Conflict of laws.net, 14 July 2016) has argued that ‘from’ 26 June 2017 must be understood as ‘by’ or ‘on’ that date. He is right and this was formally confirmed late December 2016 by a Corrigendum to the EIR 2015, see [2016] OJ L 349/9, providing that the provisions of the EIR 2015 shall apply only to insolvency proceedings ‘... opened from 26 June 2017’. The EIR 2000, however, continues to apply to insolvency proceedings which fall within its scope and which have been opened before 26 June 2017, see Articles 84(2) jo. Article 91 EIR Recast.

2017-01-doc1 Per 1.3.17 nieuwe Algemene Bankvoorwaarden

In Nederland worden door banken al sinds 1965 Algemene bankvoorwaarden gebruikt, maar pas vanaf 1988 zijn deze het resultaat van tweezijdig overleg tussen (de rechtsvoorganger van) de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Consumentenbond. Zij gelden als tweezijdige voorwaarden, dus opgesteld met een goedkeurend stempel van de Consumentenbond. Evaluaties van de bankvoorwaarden door de NVB en de Consumentenbond vinden periodiek plaats in het kader van het overleg Zelfregulering van de Sociaal-Economische Raad (SER), de nationale broedplaats voor meerzijdig tot stand te brengen voorwaarden van grootgebruikers. Deze evaluaties vonden plaats in 1995 en 2009, leidend tot nieuwe sets Algemene Bankvoorwaarden. Ook in 2014 heeft een evaluatie plaatsgevonden. Deze heeft uiteindelijk geleid tot de Algemene Bankvoorwaarden 2017 (ABV 2017), die in september 2016 tot stand kwamen en met ingang van 1 maart 2017 van kracht zijn geworden. Ik meld dat ik als voorzitter van de Overleggroep Bankzaken en de Overleggroep Notariaat van de Coördinatiegroep Zelfregulering van de Sociaal-Economische Raad (SER) bij het overleg over de bankvoorwaarden van 2009 als bij die over de ABV 2017 betrokken was. Vergeleken bij voorgaande rondes is het spectrum van de evaluatie breder geweest. Te denken valt aan voortgaande nieuwe technologische ontwikkelingen (internet-bankieren; security-checks), wijzigende marktverhoudingen (‘de klant centraal’), de gewijzigde rol van toezichthouders (DNB, maar ook de AFM die aandrong op eenvoudiger taalgebruik in algemene voorwaarden om consumenten van duidelijke informatie te voorzien), wijzigende (Europese) regelgeving, een veelheid aan jurisprudentie en irritaties uit de praktijk (over onheldere kosten en tarieven). Deze ontwikkelingen vroegen om een aanpassing van de ABV 2009. De meest opvallende wijziging is wel dat tekst en toelichting zijn geïntegreerd. Vanuit de toelichting bij de ABV 2009 zijn de ABV 2017 geschreven in sterk vereenvoudigd Nederlands en met voorbeelden ter verduidelijking. Deze werkwijze, zo was de gedachte, maakt een toelichting op de ABV 2017 overbodig, omdat de ABV uit zichzelf begrijpelijk genoeg moeten zijn. Aldus werd aan de belangrijkste wens van de Consumentenbond, te weten eenvoudiger taalgebruik, verregaand tegemoet gekomen: de tekst van de ABV 2017 is geformuleerd in een taal die voor de leek begrijpelijk is. Een groot aantal wijzigingen betreft dan ook redactionele verbeteringen en verduidelijkingen. Niet geheel onproblematisch is dit niet. Zo zal de vraag opkomen of wel sprake is van een beding in algemene voorwaarden. In de wet worden algemene voorwaarden geformuleerd als ‘… een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, … Met een welwillende lezing lukt dit wellicht nog wel bij Artikel 3 ABV 2017 (‘Activiteiten en doeleinden’): ‘Wij vragen u om informatie om misbruik te voorkomen en risico’s te beoordelen’, of Artikel 12 (‘Continuïteit in dienstverlening’): ‘Wij proberen te zorgen voor voorzieningen die goed werken. Storingen en onderbrekingen kunnen zich echter voordoen’, maar dat lijkt mij niet mogelijk bij Artikel 13 (‘Overlijden klant’): ‘Na uw overlijden’, of Artikel 14 (‘Berichten aan de klant’): ‘Waarheen sturen wij berichten voor u?’ Hoe deze nu uit te leggen? Naast de gewone rechterlijke uitlegregels geldt bij bedingen in algemene voorwaarden de rechterlijke regel dat ‘… daarnaast de eis dat voor hem [de consument; Wess.] bij de totstandkoming van de overeenkomst in de omstandigheden van het geval duidelijk en begrijpelijk moet zijn geweest dat een schadevoorval zoals het onderhavige met dit beding van dekking zou zijn uitgesloten, en prevaleert bij twijfel over de betekenis van het beding de voor hem gunstigste uitleg (art. 6:238 lid 2 BW).’ Dit geeft aanleiding tot het ontwikkelen van een methode van contextuele uitleg, waarbij het ‘artikel’ in verband met haar toelichting en de gegeven voorbeelden moet worden begrepen en uitgelegd. De ABV 2017 bevat ook een aantal inhoudelijke wijzigingen: - alle leden van de NVB hanteren dezelfde ABV, die gelden voor ‘alle producten en diensten die u van ons afneemt … en de hele relatie die u met ons heeft …’ (art. 1(1)). Voor specifieke diensten of producten hanteren de banken aparte overeenkomsten en algemene productvoorwaarden (bijzondere voorwaarden). Deze verschillen per bank en kunnen afwijken van de ABV. Als er echter strijd is tussen een bijzondere voorwaarden en de AVB 2017 kan die bepaling aan de consument geen rechten of bescherming verminderen die de ABV aan hem toekent (art.1(3), laatste regel); - de overbekende zorgplicht van banken is geherformuleerd (Artikel 2 (‘Zorgplicht’): ‘Wij hebben een zorgplicht’) en uitgebreid: ‘Wij streven naar begrijpelijke producten en diensten. Ook streven wij naar begrijpelijke informatie over die producten en diensten en de risico’s ervan.’ Nieuw is dat de wederpartij van de bank expliciet een zorgplicht heeft: ‘U bent ook zorgvuldig tegenover ons en u mag van onze dienstverlening geen misbruik maken’. De klant van de bank dient zich te onthouden van activiteiten die schadelijk zijn voor de integriteit van het bankwezen: ‘Denkt u bij misbruik bijvoorbeeld aan strafbare feiten of activiteiten die schadelijk zijn voor ons of onze reputatie of die de werking en betrouwbaarheid van het financiële stelsel kunnen schaden’; - in art. 5 ABV 2017 is bepaald dat als de bank derde partijen inschakelt voor de uitvoering van werkzaamheden of werkzaamheden aan derde partijen uitbesteedt, zoals het verrichten van een betaling aan het buitenland, de bank ‘aanspreekpunt en contractspartij’ blijft; - de bepaling over controle van de opgaven van de bank en de uitvoering van opdrachten is gemoderniseerd (art. 19 ABV 2017); - de bepaling over tarieven, vergoedingen en tariefswijzigingen bij bancaire dienstverlening is nader ingekaderd (art. 22 ABV 2017); - art. 28 (‘Bijzondere kosten’) heeft betrekking op bijzondere kosten voor bijvoorbeeld taxaties of extra rapportages. De bepaling is aangepast om aan wensen van ondernemersorganisaties tegemoet te komen: als er voor bijzondere kosten een wettelijke regeling is, wordt die wettelijke regeling toegepast. Waar het gaat om proceskosten betekent dit dat de bank als zij een procedure tegen de klant wint, niet de werkelijke proceskosten zal claimen maar de kosten op grond van de wettelijke regeling voor proceskosten; - bij art. 30 (‘Vorm mededelingen’) blijft met het oog op bewijskracht en privacy het uitgangspunt dat mededelingen van de klant aan de bank schriftelijk moeten worden gedaan, maar in de praktijk kan hiervan in overleg worden afgeweken, bij voorbeeld als gebruik kan worden gemaakt van een beveiligde internetomgeving. Voor de getrainde jurist doen sommige bepalingen kinderlijk aan. Sommige ‘Artikelen’ zijn alleen te begrijpen met de nader opgenomen tekst en voorbeelden. Algemene voorwaarden worden niet voor juristen geschreven. Klanten van banken willen eenvoudige en gebruikelijker taal. De ABV 2017 nopen tot een contextuele uitleg. Of de innovatieve missie van NVB en Consumentenbond ook de juridische test kan doorstaan, kan alleen de toekomst uitwijzen. Deze post, met voetnoten, is hier beschikbaar per-1-3-17-avb-2017-docx

2016-12-doc7 Nice words for ELI project

The latest newsletter of the European Law Institute (ELI) was published yesterday. It contains the announcement of the ELI European Young Lawyers Award, a retrospective of 2016 and information about upcoming events, including the ELI Annual Conference 2017. The current ELI Projects are highlighted, including Rescue of business in insolvency law, led by Stephan Madaus and me. Prof. Christiane Wendehort, vice-present of ELI, mentions our ‘first generation’ ELI project, that is entering its closing phase. The project is, she notes: 'I ... dare say, yielding stunning results: ... the work of a network chaired by Bob Wessels and Stephan Madaus will greatly help in providing a better legal environment for the rescue of businesses in distress.' Nice words, on the day that Stephan and I were discussing our second to last chapter.newsletter-n-d-2016

2016-12-doc6 CJEU 9 November 2016 (ENEFI v DGRFP)

Kathy Stones (LexisNexis) and Paul Sidle (PSL Linklaters) comment on CJEU 9 November 2016, C-212/15 (ENEFI v DGRFP), or if you prefer: ENEFI Energiahatékonysági Nyrt v Directia Generala Regionala a Finantelor Publice Brasov (DGRFP) [2016] All ER (D) 110 (Nov), see http://blogs.lexisnexis.co.uk/randi/judicial-cooperation-in-insolvency-proceedings-enefi-v-dgrfp/