Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog 2018

2018-12-doc6 Ian Fletcher International Insolvency Law Moot 2019

The Ian Fletcher International Insolvency Law Moot competition is dedicated to raising the profile of insolvency and restructuring within the university’s curriculum. It aims at encouraging the best and brightest students around the globe to learn about international insolvency law and international commercial litigation. Students will have a chance to engage with their peers, judges and members of international insolvency bodies. By doing so the Fletcher Moot also provides an avenue for academics, judges and a diverse range of insolvency experts to collaborate in mentoring the next generation of lawyers.

Early December 2018 a Leiden Law School team has been selected to participate in the Oral Rounds of the 2019 Fletcher Moot. The written arguments have been presented, the oral arguments will be held in Singapore on Friday – Sunday, 29-31 March 2019. The Leiden team members are Margot Branger, Nastia Grishkova and Louis Honee. They will coached by Gert-Jan Boon, Shuai Guo and Ilya Kokorin, all three PhD students in the area of international company, insolvency and financial law. They were invited by professor Rosalind Mason, Moot Coordinator, QUT School of Law in Brisbane, Australia. QUT collaborates with INSOL International, the International Insolvency Institute (III) and Singapore Management University.

Team and coaches are in full swing of preparing, to have all present for a picture, for rehearsal and thinking about getting sponsors, as travelling for 6 people to Singapore could be rather expensive. The Ian Fletcher International Insolvency Law Moot provides a unique opportunity for students to experience real-world court proceedings before international panels of prestigious judges. My congratulations to all on making it into the next round, and if you can assist in any way, thank you for the willingness to help!

2018-12-doc5 ELI project Business Rescue in Insolvency Law - Slowly closing the curtains

With prof. Stephan Madaus, and assisted by Gert-Jan Boon, LL.M MSc, now a PhD in Leiden, we delivered in September 2017 the ELI Report on Business Rescue in Insolvency. See http://www.bobwessels.nl/blog/2017-09-doc3-eli-business-rescue-report-published/. As from the moment of the spark of the first ideas until now (closing our research files) we worked for 5,5 years. Including members of committees and boards within ELI, the ELI staff, the national correspondents and our Advisory Group, some 100 persons from around 20 jurisdictions have been involved. Stephan and I wrote two or three larger articles after the report's publication in September 2017; we've had until now 387 downloads for the report (on ssrn; downloads from the ELI are not counted); the last 14 months we've been presenting and discussing our report in several places all over Europe, including 5 weeks ago in Lisbon, 2 weeks ago in Leiden, and this week in Vienna, in an event together with members of Working Group V (Insolvency Law) of UNCITRAL. Want to know more? Just type 'rescue' on my blog with as a result 151 sources, around half of them, I think, related to the ELI project. The coming six months Oxford University Press is preparing, with ELI, an over 1000 pages book. New horizons forcast lights on new research projects, new colleagues will join in, new articles and books will be published, fine friendships will evolve in new ones. I will carry the ELI project in my heart as a true joint effort to get the best out of ourselves; we were continuously in a flow, they say today. I will carry it also into future research, especially with regard to the Directive of preventive restucturing (most probably) to come, most visable in my (Dutch) series on Insolvency Law. Thank everyone for this great journey, and if I can assist anyone by taken your future steps, let me hear.   

 

2018-12-doc4 CERIL-proposal for cross-border restructuring and insolvency post-Brexit

CERIL REPORT 2018-2 on Cross-border Restructuring and Insolvency post-Brexit is out! On 12 December 2018, CERIL issued its Report 2018-2, see
http://www.ceril.eu/projects/. The CERIL report highlights the relationship between the EU and the UK after Brexit in the area of restructuring and insolvency law and seeks to formulate a position on the nature and content of a possible future instrument governing that relationship. CERIL argues for the development of a bilateral agreement between the EU and the UK in the field of insolvency and restructuring. Such bilateral agreement would mirror, with certain safeguards, the structure and content of the EIR Recast. It would cover international jurisdiction of courts, applicable law, a mutual system of recognition and enforcement and rules on cooperation and communication between UK and EU insolvency practitioners and courts. CERIL submits that a future agreement should be developed as a , i.e. it would be a 'parallel instrument'. The Lugano Convention, which basically extends the framework of the Brussels I Regulation vis à vis EFTA States, or the bilateral agreement extending the Brussels I Regulation to Denmark may be used as a model. In this way conflicting interpretations by courts in the UK and the EU can be prevented.  
The report was initiated and chaired by Prof. Francisco Garcimartín (University Autónoma of Madrid and Linklaters), and Prof. Michael Veder (Radboud University Nijmegen and RESOR) with the support of a CERIL working group investigating the possible consequences of Brexit on cross-border restructuring and insolvency in relation to the remaining EU. CERIL Report 2018-2 presents the result of this study,
Read the entire CERIL Report 2018-2 on http://www.ceril.eu/uploads/files/20181212-ceril-report-2018-2.pdf

2018-12-doc3 Lezing: het failllissement van Rembrandt

Zie uit naar het verzorgen van de Dieslezing voor het Dispuut voor Romeins recht en Europese rechtsgeschiedenis Philips van Leyden b.p., verbonden aan de Leiden Law School. Datum: woensdag 12 december 2018. Onderwerp: het faillissement van Rembrandt. Bijeenkomst: KOG, Steenschuur 25, Leiden. Programma: Borrel: 17.30u (B025); Lezing: 18.30u (B035). Organisatie via Maarten Klink, Praeses van Philips van Leyden b.p. Info via: philipsvanleyden@gmail.com. Voor enige achtergrond zie www.bobwessels.nl/blog/2018-09-doc3-the-bankruptcy-of-rembrandt-interview-bbc/

2018-12-doc2 WSNP 20 jaar. Waar staan we?

De WSNP bestaat deze maand 20 jaar. Het kwartaalblad WSNP Periodiek besteedt er een themanummer aan. Ik schreef over 'Schuldsaneringsrecht een functioneel rechtsgebied?, in: WSNP Periodiek, jrg. 9, december 2018, nr. 4, pp. 29-35. Het slot van die bijdrage laat ik hier volgen:

Waar staan we?

'Nederland heeft een van de hoogste schuldquoten van Europa, ruim 800 000 huishoudens, inclusief honderdduizenden kinderen, leven structureel in armoede. De huidige WSNP functioneert amper als reddingsboei: van ruim 14 000 (2011) naar ruim 8 000 (2017) toelatingen per jaar en dit jaar naar verwachting nog geen 6000. Er worden telkens meer beschermingsbewinden toegepast. In 2017 ruim 240 000, een groot percentage daarvan in verband met problematische schulden. In het voortraject voor de WSNP is er een dominante rol voor gemeenten, zijn er elkaar voordringende overheidscrediteuren en is er complexe regelgeving (binnen de civielrechtelijke kaders en de soms problematische afstemming met publiekrechtelijke, in het bijzonder gemeentelijke wet- en regelgeving). Deze ontwikkeling brengt Huls (afscheidsrede Leiden, 2016) ertoe voor te stellen dat er op kabinetsniveau in ieder geval een ‘probleemeigenaar’ zou moeten komen, een projectminister die de regelmachinerie van een vijftal departementen beter kan stroomlijnen.

Kijk ik vanuit rechtswetenschappelijke optiek naar het terrein van het schuldsaneringsrecht, dan is de weg naar het zijn van een functioneel rechtsgebied nog niet afgelegd. Rechtswetenschappelijk onderzoek blijft ten achter. De praktijk worstelt met problemen waar de wet onvoldoende handreiking biedt. Ik denk aan (i) de problematiek rond de ontbrekende of incomplete 285-Fw-verklaring, (ii) het ontbreken van een wettelijke regeling voor de restschulden van de hypotheek op de eigen woning, waarvan de waarde de laatste jaren beduidend kan zijn afgenomen, (iii) de strikte toelatingscriteria voor (ex-)ondernemers tot de schuldsanering. Verder zijn er zeer complexe regelvelden ten aanzien van het vermogen van al dan niet ten dele in gemeenschap van goederen gehuwden of van sanieten die (al dan niet gehuwd) een aandeel hebben in het vermogen van een vennootschap onder firma.
Research, mede Europees, internationaal en rechtsvergelijkend van aard, kan antwoord geven op vragen rondom de wenselijkheid en de effecten van diverse vormen van schuldhulpverlening en schuldsanering en de mogelijke concurrentie tussen bijvoorbeeld beschermingsbewind en schuldsanering en de onderlinge afstemming tussen beide. Rechtswetenschappelijk onderzoek in tijdschriften is schraal.
Gezien de maatschappelijke relevantie, onderstreept door de continue aandacht in de pers en het maatschappelijk debat rondom de (mondiale) schuldenproblematiek, lijkt me versterkte aandacht in het universitaire onderwijs geboden. Door haar unieke kenmerken van recht en beleidspraktijk (sterk gemeentelijk gevoed), ingebed in civiel- en insolventierecht en het gemeenterecht, is sprake van een uniek integratievak voor masterstudenten. Daarbij zouden ook empirische onderzoeksmethodieken betrokken moeten worden. Op universitair niveau lijkt me stellig ruimte voor een of twee leerstoelen ‘Schuldhulp en schuldsanering’. Dit zou uniek zijn in Nederland en voor zover ik kan nagaan in Europa. Deze leerstoelen zouden dienen aan te sluiten en te worden ingebed bij lopend (internationaal) rescue en insolventie-onderzoek en/of gemeentelijk zorgrecht. Met kennis en ervaring over het thema schuldhulp en schuldsanering kunnen de leerstoelhouders bijdragen aan een verbreding en verdieping van de verhouding insolventierechtswetenschap-gemeenten waartoe de decentralisatie van Rijkstaken naar gemeenten noopt; schuldhulp en schuldsanering kunnen ook samenhangen met een onderzoeksthema als ‘armoede in het privaatrecht’, terwijl – zoals ik aangaf - de eigen thematiek zowel een mastervak rechtvaardigt, als mogelijkheden biedt voor het leggen van een grondslag voor c.q. van een beroepsvereniging.
Een naar samenhang strevend functioneel rechtsgebied als het schuldsaneringsrecht verdient een eigen regeling in een overzichtelijke, toegankelijke en coherente wet, met expliciete vermelding van het doel van de regeling en vaste begrippen, heldere uitganspunten per onderdeel en een op maat gesneden belangenafweging tussen alle belanghebbenden (stakeholders) in een schuldsanering. Binnen afzienbare tijd is op het terrein van continuïteit van ondernemingen in de Faillissementswet een nieuwe Titel IV, met het opschrift ‘Buiten faillissement en surseance van betaling’ te verwachten. Ik stel een Titel V van de Insolventiewet (herziene naam voor de huidige Faillissementswet) voor, met het opschrift ‘Buiten schuldsanering’. Dat te bereiken mag niet twintig jaar duren.'

Nadere informatie: www.wsnp-periodiek.nl.