Search

Follow me

RSS feed

Archive

2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog

Blog 2016

2016-12-doc7 Nice words for ELI project

The latest newsletter of the European Law Institute (ELI) was published yesterday. It contains the announcement of the ELI European Young Lawyers Award, a retrospective of 2016 and information about upcoming events, including the ELI Annual Conference 2017. The current ELI Projects are highlighted, including Rescue of business in insolvency law, led by Stephan Madaus and me. Prof. Christiane Wendehort, vice-present of ELI, mentions our ‘first generation’ ELI project, that is entering its closing phase. The project is, she notes: 'I ... dare say, yielding stunning results: ... the work of a network chaired by Bob Wessels and Stephan Madaus will greatly help in providing a better legal environment for the rescue of businesses in distress.' Nice words, on the day that Stephan and I were discussing our second to last chapter.newsletter-n-d-2016

2016-12-doc6 CJEU 9 November 2016 (ENEFI v DGRFP)

Kathy Stones (LexisNexis) and Paul Sidle (PSL Linklaters) comment on CJEU 9 November 2016, C-212/15 (ENEFI v DGRFP), or if you prefer: ENEFI Energiahatékonysági Nyrt v Directia Generala Regionala a Finantelor Publice Brasov (DGRFP) [2016] All ER (D) 110 (Nov), see http://blogs.lexisnexis.co.uk/randi/judicial-cooperation-in-insolvency-proceedings-enefi-v-dgrfp/

2016-12-doc5 Dutch CBS presents 2015 insolvency data

CBSReliable insolvency data collection is a concern, in particular for the European Commission. Presently not many Member States gather data in the area of restructuring and insolvency. What happens in practice often will not be subject of publication. If statistics in this area are developed, I sometimes wonder which questions have been posed, as the outcomes do not provide certain data, they are imperfect or not comparable. In the insolvecy area impact assessments have struggled with this matter. For statistical reasons, and to look for emperical support for EU's policies, Article 29 of the proposal for a Restructuring Directive (see my blog on ttp://bobwessels.nl/2016/12/2016-12-doc3-incremental-steps-towards-a-european-preventive-restructuring-framework/) should be welcomed, obliging Member States to collect and aggregate reliable annual statistics on a set of 8 data. As if the Dutch CBS (Central Bureau of Statistics) has been anticipating its future role, this week CBS presented results related to 2015. For my non-Dutch colleagues, the following is literally the English summary provided in this report: 'This report contains the results of a study on debts and causes of bankruptcies that were finalized in 2015. The study was conducted by Statistics Netherlands and commissioned by the Scientific Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Security and Justice. The methodology used in the study is similar to that used in earlier CBS-studies on debts and causes of finalized bankruptcies. An important difference with the previous studies conducted by Statistics Netherlands is that not every bankruptcy was investigated. Instead, a stratified random sample was used, except for ‘businesses and other organisations’ employing more than hundred persons. In the latter case all bankruptcies were investigated. The results of this research remain fully comparable with the results obtained in previously conducted studies by Statistics Netherlands. In comparison with the previous studies the conditions, under which the study was performed, changed as well. Several relevant changes occurred in regulations, the economic climate is different now than it was several years ago and trends like flexible private companies and flexible labour forces are emerging. The most important findings in this study on debts and causes of bankruptcies that were finalized in 2015 are: —Increase in the number of finalized bankruptcies: Compared to the previous study from 2010 the number of finalized bankruptcies increased from 7,639 to 8,964 in 2015 (+17.3 percent). The increase is fully caused by ‘businesses and other organizations’ of which the number of bankruptcies increased from 5,868 in 2010 to 7,602 in 2015 (+29.6 percent). In the same period, the number of finalized bankruptcies of natural persons decreased from 1,771 in 2010 to 1,362 in 2015 (–23.1 percent). —Increase of the share of economy induced bankruptcies: In 2015 47.4 percent of the finalized bankruptcies of ‘businesses and other organizations’ was related to economic causes. Economic factors were by far the most common cause for bankruptcy. In 2010 33.4 percent of the finalized bankruptcies was related to economic causes. The difference in prevalence between economic causes and runner up ‘mismanagement’ was substantially bigger in 2015 than in 2010. —Increase of the total debt of finalized bankruptcies of ‘businesses and other organizations’: The total debt of finalized bankruptcies of ‘businesses and organisations’ increased from 4.3 billion euro in 2010 to 4.9 billion euro in 2015 (+13.6 percent). Compared to 2004 the total debt increased by 151.0 percent. The amount of debts increased from 1.9 billion euro to 4.9 billion euro. —Increase of unpaid debts of finalised bankruptcies of ‘businesses and other organizations’: The unpaid debt of finalized bankruptcies of ‘businesses and organisations’ increased from 3.9 billion euro in 2010 to 4.4 billion euro in 2015 (+14.2 percent). Compared to 2004 the unpaid debt increased from 1.7 billion euro to 4.4 billion euro in 2015 (+153.0 percent). —Decrease of the average unpaid debts of finalised bankruptcies of ‘businesses and other organizations’: The average unpaid debt of bankruptcies of ‘businesses and other organizations’ that were finalized in 2015 amounted 582 thousand euro and 660 thousand euro in 2010 (–11.8 percent). —Unpaid debts of ‘businesses and other organizations’ largely caused by private businesses: The unpaid debt of private companies attributed 90.7 percent to the total unpaid debt of bankruptcies of ‘businesses and other organisations’ that were finalized in 2015. Compared to 2010 the share of private companies to the unpaid debt increased by 7.0 percent point. —Share of confirmed disadvantaging increased: The percentage confirmed disadvantaging equalled 17.3 percent in 2015. Compared to 2010 this percentage increased with 5.5 percent point. —Share of confirmed and probable disadvantaging increased: Disadvantaging (consisting of the categories confirmed and probable disadvantaging) occurred in 30.1 percent of the finalized bankruptcies of ‘businesses and other organizations’; 6.5 percent point higher compared to 2010. The increase in disadvantaging observed in 2015 is mostly due to confirmed disadvantaging.'

2016-12-doc4 De sprong naar morgen, in België

‘De sprong naar het recht van morgen: hercodificatie van de basiswetgeving’, dat is de titel van het in België op 6 december j.l. door Minister van Justitie Koen Geens gepubliceerde wetgevingsplan. Zij wordt ‘hercodificatie’ benoemd, en wordt gepresenteerd (in het Woord vooraf) als ‘… een uitnodiging tot dialoog aan de maatschappelijke actoren en alle actoren van Justitie in het bijzonder. Ook als we zeggen wat we gaan doen, en doen wat we gezegd hebben, kan het resultaat slechts bevredigen en gedragen zijn mits voldoende overleg.’ Leidend uitgangspunt voor deze hercodificatie is het vereiste van toegankelijkheid voor iedereen voor alle bronnen van het recht, in het bijzonder de ‘basiswetgeving’. Daartoe behoren in België onder meer het Strafwetboek, het Wetboek van strafvordering en het Burgerlijk Wetboek. Op het terrein van het burgerlijk recht zijn in België hercodificatiepogingen mislukt. De oorspronkelijke 19e eeuwse tekst is nog geldend, maar het Belgische BW is door de tijd heen ingrijpend gewijzigd op zo’n wijze afbreuk is gedaan aan de systematiek en de leesbaarheid. Daarnaast is bijzondere wetgeving geïntroduceerd die naar Belgische begrippen in de basiswetgeving thuishoort: ‘Het Wetboek van koophandel … werd op het einde van de 20e leeggeroofd door bijzondere wetgeving, zoals het insolventie – en het verzekeringsrecht, of door hercodificatie op meer beperkte domeinen zoals het economisch recht of het vennootschapsrecht’. De geldende regels moeten helder en kenbaar zijn en het adagium (ik zou zeggen loze slogan) dat ieder wordt geacht de wet te kennen (‘nemo censetur ignorare legem’) vergt eenvoudige kenbaarheid van het recht. België (met Nederland) staat in de rechtstradities dat de belangrijkste regels die van algemene gelding zijn en dus relatief bestendig tegen verandering, ordentelijk worden gebundeld in heldere wetboeken die kunnen geraadpleegd worden – sinds enkele jaren – op de website van de Federale overheidsdienst Justitie. De gepresenteerde voorstellen zijn door experts in overleg met regering opgesteld. De nu ingezette ‘brede consultatie’ zal toelaten ‘… om op een transparante wijze tot een zo ruim mogelijke consensus te komen.’ Ik maak een enkele opmerking bij het ondernemings- en het insolventierecht: 1 Exit WvK Onder de kop ‘Ontmanteling van het Wetboek van koophandel en afschaffing van het onderscheid tussen handelszaken en burgerlijke zaken’ worden voorbeelden gegeven (faillissementsrecht, vennootschapsrecht) van onderdelen die uit het Belgische WvK zijn verdwenen. De hercodificatie wil de laatste eilandjes van recht (onder meer zee- en binnenvaartrecht en vervoersverzekering) uit het WvK integreren in het Wetboek van economisch recht (WER). Een vergelijkbare ontwikkeling voltrok zich in Nederland, maar hier wordt de laatste stap (exit NL WvK) niet gezet, zie Schelhaas en Wessels, Algemene inleiding, in: Schelhaas, Verheij, Wessels (red.), Bijzondere overeenkomsten (2016), nr. 11. 2 Afschaffing onderscheid tussen burgerlijke en handelszaken Dit geschiedt onder meer door de introductie van een uniform ondernemingsbegrip, waardoor (ook bij ons) bekende noties als handelaar en koophandel verdwijnen c.q. onder de noemer van het ondernemingsbegrip worden gebracht: ‘Dit meer eigentijdse ondernemingsbegrip is veel breder op te vatten dan de handelaar en omvat omzeggens elke activiteit die een zelfstandige natuurlijke persoon of een rechtspersoon verricht. Het is een functioneel begrip dat de toepasselijkheid van publiciteit, boekhouding, soepel bewijs, snelle rechtspraak en (dis-)continuïteitsrecht vergt, opdat zowel wie onderneemt, als wie met ondernemingen handelt, de aangepaste rechtsbescherming zou krijgen’. Bestaande verschillen in behandeling tussen ondernemingen met een burgerlijke en handelsaard in bijvoorbeeld het bewijsrecht, hoofdelijkheid en insolventierecht verdwijnen.' Het gaat beslist te ver om te beweren dat de ideeën uit mijn VU-oratie uit 1988 ‘Beroep, bedrijf en onderneming’ nu in België zijn doorgedrongen. 3 Omvorming van de rechtbank van koophandel tot de ondernemingsrechtbank De algemene bevoegdheid van de rechtbank van koophandel zal worden geënt op het nieuwe algemene ondernemingsbegrip. Die (aan het Franse recht ontleende) rechtbank van koophandel zal voortaan de ondernemingsrechtbank heten. Ook de rekrutering van de rechters in handelszaken – lekenrechters gekozen uit het ondernemingsleven die daar meestal hun hoofdbezigheid hebben – moet de nieuwe bevoegdheid van de rechtbank weerspiegelen. Ook landbouwers, vrije beroepen (bijvoorbeeld de maatschap) en non-profit ondernemingen (VZW) (die onder het nieuwe ondernemingsbegrip vallen) moeten worden vertegenwoordigd: ‘Zij worden dan ondernemingsrechters in een ondernemingsrechtbank’. 4 Insolventierecht in Boek XX WER De insolventie van ondernemingen is geregeld door de Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en de Faillissementswet van 8 augustus 1997. Zij regelen de sanering van ondernemingen in moeilijkheden (continuïteit van de ondernemingen) respectievelijk de vereffening van ondernemingen die niet langer gezond en levensvatbaar zijn (faillissement). Als ‘Krachtlijnen van de hervorming’ gelden hier om deze wetgeving inzake insolventie ‘samenhangend en bevattelijk’ te integreren in een Boek XX van de WER. Daarbij gelden de navolgende uitgangpunten: i de nieuwe tekst zal algemene beginselen bevatten die gemeenschappelijk zijn voor beide procedures en vervolgens afzonderlijke delen met de specifieke regels voor elke procedure; ii er wordt gekozen voor een volledig elektronische procedure, met als basis een Centraal Register Solvabiliteit dat zal bijdragen ‘… tot efficiëntere en snellere procedures … tot tijdswinst, kostenbesparing, vereenvoudiging en een daling van de werklast bij de griffies’. iii het bereik van de insolventieprocedure wordt uitgebreid om alle onderneming (zie hiervoor) te omvatten; iv teneinde de goederen van die nieuwe categorieën ondernemingen zo goed mogelijk te beheren, wordt voorzien in de mogelijkheid om ‘insolventiefunctionarissen’ aan te stellen die gespecialiseerde kennis hebben van de betrokken sector; v de invoering van een ‘stil faillissement’ wordt voorgesteld, dat het ‘… voor een onderneming mogelijk maakt om op een discrete wijze en zonder publicatiemaatregel een echt faillissement voor te bereiden. Die mogelijkheid bestond in de praktijk voor de grote ondernemingen en krijgt nu een wettelijke basis’; vi de facilitering van ‘het tweede kans ondernemen’ wordt voorgesteld: ‘Mislukken mag niet langer een stigma zijn. In dat kader wordt bijvoorbeeld de mogelijkheid gegeven aan de schuldenaar om, tijdens een faillissementsprocedure, een nieuwe activiteit op te starten, waarvan de inkomsten buiten de boedel vallen. In dezelfde lijn worden heersende discussies in de rechtspraak en rechtsleer inzake de regels rond verschoonbaarheid opgelost’; vii de invoering van een minnelijk akkoord buiten een gerechtelijke reorganisatieprocedure, waarbij het akkoord, indien de partijen dat wensen kan worden gehomologeerd en uitvoerbaar kan worden verklaard: ‘Dit heeft een werklastvermindering voor de rechtbanken tot gevolg’; viii de invoering een coherent geheel van regels inzake aansprakelijkheid van de bestuurder, mét de invoering van het concept ‘wrongful trading’; ix het insolventierecht wordt aangepast aan de nieuwe EU Insolventieverordening, en naast bevoegdheidsregels ‘… wordt voorzien in mechanismen voor de samenwerking en de communicatie tussen de insolventiefunctionarissen en de rechtscolleges van verschillende lidstaten indien een insolventieprocedure een grensoverschrijdend karakter heeft'. Systematisering (i) en modernisering (ii – iv) van het bestaande Belgische insolventierecht en aanpassing aan de concepten van Europees recht (EIR recast, zie http://bobwessels.nl/2015/09/2015-09-doc14-short-note-on-eir-recast/, en voorgestelde Restructuring Directive (zie http://bobwessels.nl/2016/11/2016-11-11-restructuring-directive-published)/, zijn de karakteristieken van deze ‘hercodificatie’. Voor genoemd wetgevingsplan, zie https://cdn.nimbu.io/s/1jn2gqe/assets/1481026673705/De%20sprong%20naar%20het%20recht%20voor%20morgen.pdf

2016-12-doc3 Incremental steps towards a European preventive restructuring framework

banner-970x210-1 A proposal for a Restructuring Directive was published two weeks ago. Officially it has a much longer titel: ‘Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on preventive restructuring frameworks, second chance and measures to increase the efficiency of restructuring, insolvency and discharge procedures and amending Directive 2012/30/EU’ (‘Restructuring Directive’). For a short explanation and all related documents, see http://bobwessels.nl/2016/11/2016-11-11-restructuring-directive-published/. The proposal is the result of an incremental process, which started over 5 years ago. I then wrote: the H-word is out! Harmonisation of insolvency laws in Europe was out of bounds! In 2012, in a report ‘Harmonisation of Insolvency Law in Europe’, following the call for harmonisation by the European Parliament at the end of 2011, prof. Fletcher (University College London) and I discussed several matters and the best way towards apprximation on harmonisation of these topis. We also developed seven key indicators which may assist in identifying parts insolvency laws in which harmonisation may be beneficial, and the working method to achieve such harmonisation. See http://bobwessels.nl/2016/01/2016-01-doc5-to-harmonise-or-not-to-harmonise-insolvency-laws-in-the-eu-is-that-a-question/, in which post I also explain harmonisation in the EU differs from setting bankruptcy laws in the USA. it's up to others to access whether our system makes sense and whether in the EU file on 'restructuring and insolvency' it has been followed, and/or whether the chosen method by the Commission - where it deviates from ours - is preferable. The proposal for a Restructuring Directive is the follow up to a the Commission's non-binding recommendation to the Member States in March 2014 advising them to take steps towards the harmonisation of key topics in EU insolvency law aimed at a new approach to business failure and insolvency. Two goals were formulated: (i) to ensure that viable enterprises in financial difficulties, wherever they are located in the Union, have access to national insolvency frameworks which enable them to restructure at an early stage with a view to preventing their insolvency, and therefore maximise the total value to creditors, employees, owners and the economy as a whole, and (ii) to encourage greater coherence between the national insolvency frameworks in order to reduce divergences and inefficiencies which hamper the early restructuring of viable companies in financial difficulties and the possibility of a second chance for honest entrepreneurs, and thereby lower the cost of restructuring for both debtors and creditors. See http://leidenlawblog.nl/articles/growing-towards-an-aligned-approach-to-business-rescue. The European Commission is quite active in the field of insolvency. In the summer of 2015 it published its final recast of the European Insolvency Regulation (EIR 2015). In June 2017 it will replace the existing regulation (EIR 2000) which concerns private international law (conflict of law) issues, such as international jurisdiction, recognition and enforcement of insolvency judgements, applicable law, as well as communication and coordination of cross-border insolvency procedures by insolvency practitioners and court, see http://bobwessels.nl/2015/09/2015-09-doc14-short-note-on-eir-recast/. The proposal of 22 November 2016 obliges Member States to introduce sprecific types of procedures and set up measures to ensure that insolvency proceedings are effective with regard to promoting preventive restructurings and a second chance. Throughout the proposal’s development from March 2014 onwards, it has been set in the context of the Juncker Plan, the Action Plan on Building a Capital Markets Union and the Single Market Strategy, with the overall goal of strengthening Europe’s economy and the stimulation of investment in Europe. See http://leidenlawblog.nl/articles/european-monetary-union-and-insolvency. This initiative seeks to address the most important barriers to the free flow of capital, building on national regimes that work well, meaning that ‘(insolvency) laws’ should be drafted in such a way that it would be much easier for investors to assess credit risk, particularly in cross-border investments. Insolvency is put between brackets, as in certain Member States assessing credit risk relates to the creation and enforcement of security rights, including the transparency of systems of registration of assets. See http://bobwessels.nl/2015/10/2015-10-doc9-insolvency-frameworks-should-encourage-cross-border-investment/. The proposal, with 47 recitals and 36 Articles, introduces (i) common principles on the use of early restructuring frameworks, which will help companies continue their activity and preserve jobs, (ii) rules to allow entrepreneurs to benefit from a second chance, as they will be fully discharged of their debt after a maximum period of 3 years, and (iii) targeted measures for Member States to increase the efficiency of insolvency, restructuring and discharge procedures. These include reducing the excessive length and costs of procedures in many Member States, which result in legal uncertainty for creditors and investors and low recovery rates of unpaid debts, and ensuring proper training for courts and insolvency practitioners. Restructuring evidently has ramifications in several other areas of law, e.g. financial law, labour law and company law. It is proposed that the Directive shall be without prejudice to (a) Directive 98/26/EC on settlement finality in payment and securities settlement systems, (b) Directive 2002/47/EC on financial collateral arrangements, and (c) Regulation (EU) No 648/2012 on OTC derivatives, central counterparties and trade repositories. Regarding labour law immunity is the leading principle. The Directive shall be without prejudice to workers’ rights guaranteed by Directives 98/59/EC, 2001/23/EC, 2002/14EC, 2008/94/EC and 2009/38/EC. A form of alignment is introduced to the area of company law. Articles 19(1), 29, 33, 34, 35, 40(1)(b), 41(1) and 42 of Directive 2012/30/EU45 provide for the necessity of convening a shareholders’ general meeting. If capital is increased by consideration in cash, Article 33 of the Directive establishes a pre-emptive right of shareholders to the new shares. Both the requirements for a shareholders’ general meeting and the pre-emption rights could jeopardise the effectiveness of the restructuring plan’s adoption and implementation. The proposal requires Member States to derogate from those company law provisions to the extent and for the period necessary to ensure that shareholders do not frustrate restructuring efforts by abusing their rights under Directive 2012/30/EU. In Article 32 it is proposed that in Article 45 of Directive 2012/30/EU, a paragraph 4 is added, with the text that Member States shall derogate from the Articles mentioned ‘… to the extent and for the period that such derogations are necessary for the establishment of the preventive restructuring framework provided for in’ the Restructuring Directive. The proposal has to be discussed and agreed upon by the European Parliament and the Council. After it has been finalised, an implementation period of two years is proposed. So in the period ahead there will be (and should be) discussion on the specific form of these preventive insolvency frameworks. On 27 January 2017 a group of international scholars, judges and practitioners will launch an exchange of ideas at the EYE building in Amsterdam. This conference is an initiative of RESOR and the Business & Law Research Centre (OO&R), Radboud University, and is organised in cooperation with INSOL Europe and the European Commission. This will be the first contribution to collective thinking on the restructuring proceedings of the future. For more information, see http://www.eyesoninsolvency.com/see Parts of this post also appeared this week via http://leidenlawblog.nl/articles/proposal-for-a-restructuring-directive.