Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2019-11-doc3 Faillissementsprocedure: meer r-c's en een 'toezichts'-deskundige

2019-11-doc3 Faillissementsprocedure: meer r-c's en een 'toezichts'-deskundige

'Modernisering faillissementsprocedure: meerdere rechters-commissarissen en de ‘toezichts’-deskundige'. Dit is de titel van een artikel dat ik schreef en dat binnenkort wordt gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrijf voor Handelsrecht (NTHR). Het gaat in op de op 1 januari 2019, als onderdeel van het project Herijking van de Faillissementswet, in de Faillissementswet geïncorpereerde Wet modernisering faillissementsprocedure. In deze bijdrage belicht ik twee vernieuwingen. De eerste is dat het vonnis tot faillietverklaring, naast de aanstelling van een of meer curatoren, ook de benoeming van een of meer leden van de rechtbank als rechter-commissaris kan inhouden, zie art. 14 lid 1 Fw. Art. 14b Fw bepaalt vervolgens droogjes: benoemt de rechtbank meerdere rechters-commissarissen, dan zijn zij zowel afzonderlijk als tezamen bevoegd om de in deze wet genoemde bevoegdheden uit te oefenen. De vraag rijst hoe de wetgever het werken met ‘meer leden van de rechtbank’ als rechter-commissaris voor zich ziet. Een andere vernieuwing schuilt bij de benoeming tot deskundige. Art. 66 Fw geeft de rechter-commissaris niet alleen de bevoegdheid om getuigen te horen, maar ook om een deskundigenonderzoek te gelasten. Voor het deskundigenonderzoek bij faillissement kent de Faillissementswet verder geen regels. Met ingang van 1 januari 2019 kan de rechter-commissaris ook een deskundige benoemen ‘(…) voor zover dit nodig is voor de goede en effectieve vervulling van het toezicht op het beheer en de vereffening van de failliete boedel’, zie art. 66 lid 1, tweede zin, Fw. Art. 66 lid 1 Fw kent nu dus twee typen van deskundigen. De (traditionele) in art. 66 lid 1 Fw bedoelde deskundige die een rol heeft bij de informatievoorziening van de rechter-commissaris, in het geval deze behoefte heeft aan ‘opheldering van alle omstandigheden, het faillissement betreffende’. De conform de nieuwe bepaling in art. 66 lid 1, tweede zin, Fw benoemde deskundige heeft echter een rol bij het toezicht op het beheer en de vereffening van de boedel. Er is wel een kostenregeling: de kosten van de benoeming van de deskundige komen ten laste van de boedel, zie art. 66 lid 1, derde zin, Fw. Laatstbedoelde deskundige noem ik hierna soms ook ‘toezichts’-deskundige.
In de bijdrage in NTHR plaats ik een aantal kanttekeningen bij beide regelingen. Met betrekking tot de rol van de R-C kan de idee bestaan dat in het gros van de gevallen beide vernieuwingen onbenut zullen blijven. De rechter-commissaris kan echter met honderden dossiers bemoeienis hebben en sommige zaken vergen meer kennis om adequaat te kunnen handelen. De wetgever is aan het voorsorteren: over enkele jaren zullen meer, ook lastige (grensoverschrijdende) onderhandse akkoorden en herstructureringen de R-C passeren, terwijl ook andere (elektronische) ontwikkelingen onverminderd voortgaan, op het terrein van opslag van bedrijfsinformatie, zoeken naar zekerheid (blockchain) of wijzen van betaling (cryptovaluta). De vraag rijst of er voor een adequaat functioneren van het rechterlijk apparaat in het insolventierecht met de aangebrachte bescheiden modernisering kan worden volstaan. Of er niet verdergaande maatregelen en innovaties nodig zijn, op het punt van opleiding, training of mogelijk ook rechterlijke concentratie van zaken, zal spoedig blijken.