Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2019-10-doc6 Faillissement en inhouden paspoort

2019-10-doc6 Faillissement en inhouden paspoort

Graag doe ik weer een beroep op praktijk-input van ieder (zie mijn blog http://www.bobwessels.nl/blog/2019-10-doc3-iets-bijdragen-aan-serie-wessels-insolventierecht/) die reacties of commentaar heeft op mijn conceptteksten voor Wessels Insolventierecht IV, 5e druk. Het gehele manuscript hoop ik in een week of twee af te ronden. Gelieve reacties te sturen naar: info@bobwessels.nl, vóór 21 oktober 2019. Dit keer is het onderwerp:
[…]
[4338] Innemen paspoort. Gedurende het faillissement mag de gefailleerde zijn woonplaats niet verlaten zonder toestemming van de rechter-commissaris (art. 91). Zijn paspoort kan worden ingenomen.
[4339] Doel. Voorkomen moet worden dat de gefailleerde (of de bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon, zie art. 106), zonder zich verder aan de boedel gelegen te laten liggen, naar elders vertrekt, vergelijk de MvT bij Van der Feltz II (1897), p. 51. De gefailleerde zou zich met name kunnen onttrekken aan de verplichtingen die voortvloeien uit art. 105 en art. 116 (inlichtingenplicht), art. 105a (medewerkingsplicht) en art. 90 (aanwezigheid bij een bepaalde werkzaamheid wanneer de rechter-commissaris dat noodzakelijk acht). Vergelijk Rb. Arnhem 13 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:AY6898.
Woonplaats. De failliet mag zijn woonplaats niet verlaten. Voor het begrip woonplaats wordt verwezen naar art. 2, zie Wessels Insolventierecht I 2018/1360 e.v. Hieronder dient niet te worden verstaan de gemeente waar iemand vertoeft, maar die waar de woning zich bevindt, zie Verstijlen, GS Faillissementswet, commentaar bij art. 91, waarbij deze onder het ‘verlaten’ van de woonplaats tevens begrijpt het voor een zekere periode naar elders vertrekken. Vergelijk HR 17 november 1972, NJ 1973/133.
Sanctie. Op overtreding van art. 91 kan de rechtbank – op voordracht van de rechter-commissaris – inbewaringstelling bevelen op grond van art. 87; bij opzettelijke overtreding zonder geldige reden zal de rechtbank oordelen dat sprake is van het niet nakomen van verplichtingen welke de wet in verband met het faillissement oplegt, vergelijk HR 2 december 1983, NJ 1984/306, nt. G, en HR 22 juli 1991, NJ 1991/766, instemmend aangehaald door HR 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:51; NJ 2014/116; JOR 2014/248, behandeld in par. 4320. Zo ook Hof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2015, TvI-N 2016/2, p. 18 (zonder inlichtingen te geven afreizen naar Ibiza).
Hoger beroep. Tegen de beschikking van de rechter-commissaris (en ook bij een weigering toestemming te verlenen) is hoger beroep mogelijk, zie art. 67.
Belangenafweging. Bij de beoordeling van een verzoek om de woonplaats te mogen verlaten (voor vakantie in Frankrijk) weegt de rechter-commissaris de in het geding zijnde belangen, waaronder een voortvarende afwikkeling van het faillissement tegenover het belang van de gefailleerde om niet meer dan noodzakelijk in zijn vrijheid te worden beperkt, met inachtneming van onder meer art. 5 en art. 6 EVRM, aldus Rb. ’s-Gravenhage 1 augustus 2000, TvI-N 2000, p. 50. In deze zaak wordt het verzoek afgewezen, omdat de gefailleerde nog steeds niet aan zijn inlichtingenplicht ex art. 105 voldoet en door een vertrek naar het buitenland betrokkene zich aan het toezicht van de curator onttrekt, hetgeen van belang is in verband met de constatering dat gefailleerde een ondeugdelijke administratie heeft gevoerd. Zie ook Rb. Arnhem 13 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:AY6898.


[4339a] Procedure inname paspoort. Met het oog op het vluchtgevaar is de rechter-commissaris, en de curator met instemming of in opdracht van de rechter-commissaris, bevoegd het paspoort van de gefailleerde in te houden, aldus Rb. Roermond 19 juli 1984, NJ 1985/588. De bevoegdheid van de rechter-commissaris om het paspoort in te houden berust op art. 52 Paspoortwet (Rijkswet van 26 september 1991, Stb. 498). Deze bevoegdheid kan niet aan de curator of een derde worden gedelegeerd, aldus Rb. Den Haag 28 maart 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4623. De rechter-commissaris kan een reisdocument echter uitsluitend inhouden op het moment dat hij een verzoek doet tot weigering of vervallenverklaring als bedoeld in art. 19 respectievelijk art. 25 lid 1 Paspoortwet. Een verzoek van de rechter-commissaris tot weigering of vervallenverklaring wordt gericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk.
Het ingehouden reisdocument dient dan uiterlijk binnen twee weken te worden toegezonden aan de tot vervallenverklaring bevoegde autoriteit (in casu de burgemeester, zie art. 44 lid 1 jo. art. 40 lid 1 Paspoortwet), dan wel aan de houder van het paspoort te worden teruggegeven, aldus Rb. Middelburg 27 oktober 2006, ECLI:NL:RBMID:2006:AZ1865; NJF 2007/12.
Verder kan op verzoek van de rechter-commissaris een paspoortaanvraag worden geweigerd of het recht op een reeds verstrekt paspoort komen te vervallen indien betrokkene failliet verklaard is dan wel op hem het bepaalde van art. 106 van toepassing is, zie art. 19 Paspoortwet. Vergelijk Praktijkboek Curatoren (Van der Heijden en Willems), Katern A.3-3. Het doel van art. 19 Paspoortwet is om het aan degene die door een verbod van de rechter-commissaris wordt getroffen om zijn woonplaats te verlaten (de gefailleerde; een bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon, zie art. 106), ook metterdaad onmogelijk te maken het land te verlaten. Art. 19 Paspoortwet heeft volgens Rb. Den Haag 4 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:101; JOR 2017/138, nt. Van Nielen, tevens als doel en strekking dat de bepaling ook kan worden toegepast in het geval de gefailleerde zich ten tijde van het faillissement en de daaropvolgende signalering in het buitenland (in casu in Dubai) bevindt. Dit oordeel wordt gedeeld door Afd. bestuursrechtspraak RvSt 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:845; JOR 2018/194.
Paspoort in kluis bij curator. Uit het systeem van de Paspoortwet valt volgens de eerder aangehaalde Rb. Middelburg 27 oktober 2006, ECLI:NL:RBMID:2007:AZ1865; NJF 2007/12, af te leiden dat de bevoegdheid om over reisdocumenten te beslissen steeds berust bij de autoriteit die bevoegd is tot weigering of vervallenverklaring. De bevoegdheid van de rechter-commissaris tot inhouding is slechts een voorlopige maatregel in het kader van een verzoek tot weigering of vervallenverklaring. In het onderhavige geval stelt de rechtbank vast dat de voorschriften van de Paspoortwet niet zijn nageleefd, omdat het paspoort van de statutair bestuurder van de gefailleerde vennootschap zich nog altijd in de kluis van de curator bevindt terwijl nimmer een verzoek tot vervallenverklaring is gedaan. Hieruit kan naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie worden getrokken dan dat het paspoort thans aan betrokkene dient te worden teruggegeven. Voor een afweging van belangen is geen plaats. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat een belangenafweging wel alsnog zou kunnen plaatsvinden indien de rechter-commissaris op grond van art. 19 Paspoortwet een verzoek tot weigering of vervallenverklaring doet. In dat geval zal de burgemeester op grond van art. 44 Paspoortwet de aanvrager op zijn verzoek eerst in de gelegenheid moeten stellen met de rechter-commissaris overeenstemming te bereiken, waarbij het tevens mogelijk is dat tot de verstrekking van een reisdocument met een beperktere geldigheidsduur dan wel een beperktere territoriale geldigheid wordt overgegaan. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, zal de burgemeester op grond van art. 45 Paspoortwet de aanvraag weigeren of het paspoort vervallen verklaren, tenzij hij van oordeel is dat de aanvrager of houder door deze beslissing onevenredig zou worden benadeeld. Voor kritiek op art. 19 Paspoortwet in relatie tot natuurlijke personen (niet bestuurders), zie Loonstein, Journaal IF&Z 2007, p. 279 e.v., die erop wijst dat art. 16a jo. art. 46a Paspoortwet erin resulteren dat recht bestaat op verstrekking van een Nederlandse identiteitskaart, die niet geweigerd kan worden of vervallen verklaard. Nader over deze materie: A-G Keus, conclusie vóór HR 6 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0683; Van Apeldoorn, diss. (2009), p. 169 e.v.
Teruggave paspoort. De curator heeft geen zelfstandige bevoegdheid tot teruggave van een paspoort. Deze bevoegdheid komt alleen aan de rechter-commissaris toe, vergelijk Rb. Groningen 6 september 1991, KG 1992/272.

[...]