Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2019-10-doc4 Schuldeiserscommissie - protocol

2019-10-doc4 Schuldeiserscommissie - protocol

Zie mijn uitnodiging opgenomen in dit blog (http://www.bobwessels.nl/blog/2019-10-doc3-iets-bijdragen-aan-serie-wessels-insolventierecht/) om reacties/commentaar op mijn conceptteksten voor Wessels Insolventierecht IV, 5e druk, te sturen naar: info@bobwessels.nl. Gelieve dit te doen voor 15 oktober 2019. Nu het volgende onderwerp:

[...]
[4273] Praktijk. In de praktijk komt de instelling van een schuldeiserscommissie zelden voor, vergelijk zo ook Vriesendorp (2013), nr. 180. De aan de commissie in de wet gewijde bepalingen zijn echter geen dode letter. Schuldeiserscommissies. Dergelijke commissies zijn bijvoorbeeld ingesteld in de faillissementen van Teixeira de Mattos, Tilburgse Hypotheekbank, De Wereld, Vie d’Or, Fokker (in het 13e openbaar verslag ex art. 73a melden curatoren: ‘De contacten met de commissie worden door curatoren als waardevol ervaren’), Ceteco (ex art. 225 lid 1, vergelijk Wessels Insolventierecht VIII 2014/8113), KPNQwest, Van der Hoop Bankiers, LG Philips Displays Holding BV, en DSB Bank, SNS Property Finance en Imtech. Zie Wessels, ‘Creditor’s value’, in: Controllers Magazine, september 1998, p. 13 e.v. Ook Van Zanten, diss. (2012), p. 136, benadrukt de waardevolle rol die een crediteurencommissie kan vervullen. Zie ook het hernieuwde pleidooi van Santen en Castano Ortiz, TvI 2015/8, alsmede Windt en Hummelen (2015) en de positieve ervaringen van de curatoren van de Zeeuwse fosforfabrikant Thermos, waarover Lintel en Roffel, TvI 2017/42.
De wetgever ging ervan uit dat er in de praktijk weinig behoefte zou zijn aan een commissie, zie de MvT bij Van der Feltz II (1897), p. 25. De commissie ‘… is niet imperatief voorgeschreven, omdat in verreweg de meeste, d.i. in de kleine faillissementen, zich slechts hoogst zelden de behoefte aan eene dergelijke commissie zal doen gevoelen’. Schimmelpenninck (1999), p. 91, geeft als verklaring (a) dat in Nederland banken veelal alle activa tot zekerheid voor hun vorderingen kunnen uitwinnen (waardoor er slechts in rondweg 10% van de faillissementen aan concurrente crediteuren een uitkering kan worden gedaan), (b) dat het vertrouwen van crediteuren in de curator en het toezicht van de rechter-commissaris r-c groot is, terwijl (c) er voor crediteuren weinig eigen incentives zijn (bijvoorbeeld een in de wet geregelde mogelijkheid de vordering in aandelen te doen omzetten) om in een commissie plaats te nemen.

[4273a] Protocol. In augustus en september 2015 is een zestal vennootschappen van de Imtech-groep failliet verklaard (Imtech Group, Imtech Capital, Imtech Benelux Group, Imtech Nederland, Imtech UK Group en Royal Imtech Group). Rabobank verzoekt als schuldeiser van deze Imtech-vennootschappen de instelling van een schuldeiserscommissie. De curatoren van Imtech verzetten zich tegen het verzoek. Rb. Rotterdam 18 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9476; RI 2016/31; JOR 2016/80, nt. Van Andel, geeft een tussenbeschikking. Ten tijde van deze tussenbeschikking beschikte de rechtbank over onvoldoende informatie om te kunnen beslissen. De rechtbank laat zich wel uit over een Protocol, een schriftelijke vastlegging van de werkwijze van een schuldeiserscommissie (zie hetgeen ik daarover naar voren bracht in par. 4272).
De rechtbank geeft aan dat de wet niet voorziet in een dergelijk protocol, maar dat in casu een dergelijk protocol voor de commissie in het faillissement van Royal Imtech noodzakelijk is. De rechtbank biedt de volgende richtsnoeren: (i) de schuldeiserscommissie zal te zijner tijd in overleg met de curatoren een protocol moeten vaststellen, (ii) het ligt in de rede dat dit aan de rechters-commissarissen wordt voorgelegd voordat het wordt vastgesteld, (iii) op voorhand ligt het voor de hand dat aan het protocol een bepaling zal worden toegevoegd die inhoudt dat stukken en informatie met betrekking tot (het onderzoek naar) mogelijk paulianeus handelen van (één of meerdere) financiers van de informatie- en adviesplicht worden uitgesloten, (iv) het is voorstelbaar dat in het protocol wordt opgenomen dat kosten die door het lid dat namens de financiers zitting heeft in de commissie worden gemaakt in zijn hoedanigheid van lid van de commissie van schuldeisers, niet door de boedel maar door de financiers worden gedragen. Bij eindbeschikking heeft Rb. Rotterdam 17 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2013; RI 2016/73; JOR 2016/251, het verzoek tot instelling van een schuldeiserscommissie ten aanzien van Royal Imtech Group toegewezen. Ten aanzien van een op te stellen protocol is uit deze beschikking af te leiden: (v) dat een regeling omtrent tegengaan van belangenconflicten gewenst is, (vi) dat een geheimhoudingsbeding wordt opgenomen, ook jegens de voormalig bestuurder van Royal Imtech, en dat aan schending daarvan in het protocol sancties verbonden kunnen worden, terwijl (vii) ook geregeld kan worden in welke mate de vertegenwoordigers van drie leden van de commissie zich kunnen laten vergezellen door anderen.
In de beschikking Rb. Rotterdam 26 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3184; RI 2016/83; JOR 2016/252, nt. Van Galen, wijst de rechtbank de verzoeken met betrekking tot de andere vijf Imtech-vennootschappen af, daarbij benadrukkend dat ex art. 74 de rechtbank een discretionaire bevoegdheid heeft een voorlopige schuldeiserscommissie in het leven te roepen indien de belangrijkheid of aard van de boedel hiertoe aanleiding geeft. De rechtbank weegt mee in hoeverre de adequate afwikkeling van het faillissement naar verwachting gediend zal zijn met de instelling van een schuldeiserscommissie, waarbij de (technische en/of commerciële) kennis van de leden van een schuldeiserscommissie een rol speelt. In de beschikking van april 2016 stelt de rechtbank vast dat de Rabobank, hoewel daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid te zijn gesteld, niet per afzonderlijk faillissement haar verzoek tot het instellen van een schuldeiserscommissie heeft toegelicht. Rabobank heeft slechts in algemene bewoordingen aangevoerd waarom in de faillissementen van de verschillende Imtech-vennootschappen een voorlopige schuldeiserscommissie ingesteld dient te worden. De rechtbank stelt vervolgens per vennootschap vast dat de boedel ofwel (inmiddels) nagenoeg leeg is dan wel dat onvoldoende belang bestaat voor het instellen van een schuldeiserscommissie, omdat het bankensyndicaat waar Rabobank deel van uitmaakt samen met de fiscus en obligatiehouders de enige schuldeisers zijn. Om deze redenen wijst de rechtbank de verzoeken af.
Zie over het gebruikmaken van een protocol, in de vorm van een ‘reglement’ art. 75a en het commentaar aldaar.

[...]