Search

Follow me

RSS feed

Archive

2019   2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2019-05-doc1 Tekst & Commentaar Insolventierecht 2019

2019-05-doc1 Tekst & Commentaar Insolventierecht 2019

Tekst & Commentaar Insolventierecht verscheen begin dit jaar, in een 11e druk, thans onder redactie van J.L.M. Groenewegen (CMS, Amsterdam) en F.M.J. Verstijlen (hoogleraar Groningen). Dit deel is één van de momenteel omstreeks dertig delen tellende reeks aan T&C’s, in allerlei kleuren en op nagenoeg alle vakgebieden, die op de bureau van de praktijkjurist niet meer zijn weg te denken. De delen uit Tekst & Commentaar kennen alle eenzelfde strak (en herkenbaar) stramien: wettekst geordend per wetsartikel, commentaar bij afzonderlijke onderdelen c.q. leden van het wetsartikel, bondige verwijzingen naar parlementaire geschiedenis en rechtspraak, soms ook literatuur, gevolgd door Bijlagen met aanverwante wetgeving, een invoerings- of overgangswet, in praktijk gebruikte procesregels e.d.
Ook de huidige 11e druk van T&C Insolventierecht volgt dit stramien en biedt teksten en commentaren naar de stand van zaken op 1 januari 2019. Vooral de sedert deze datum geldende wijzigingen in de Faillissementswet door de Wet modernisering faillissementsprocedure hebben tot talloze aanpassingen geleid. De vernieuwde Insolventieverordening (2015/848) is van een aangepast kort commentaar voorzien. Mooi is dat de redactie ook de in de loop van 2018 gepubliceerde (soms in de praktijk over het hoofd geziene) zogenoemde Verzamelwetten SZW en die van Justitie en Veiligheid heeft verwerkt. Het wachten is nog op een Wijzigingswet Financiële Markten 2020 om onder meer enkele vuiltjes uit de recente gewijzigde tekst in de Fw te repareren (dubbele opname van art. 212hga, verwijzingen in art. 212oo en art. 213 lid 5 niet aangepast aan de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars). De Bijlagen (Recofa-richtlijnen, Praktijkregels, een achttal soft law regelingen bij de wsnp) zijn ook ververst. Soms wordt daarbij naar de website verwezen. Natuurlijk spaart dat ruimte, maar het is onhandig voor degene die niet online aan een document zit te werken.
Na 23 jaar is de gehele oorspronkelijke redactie van dit T&C deel vervangen. In 1996 verscheen de eerste druk van het werk als onderdeel van B. Wessels, C.J.J.C. van Nispen en M.Ph. van Sint Truiden (red.), ‘Tekst & Commentaar Faillissementswet & Executie- en beslagrecht’. Latere drukken verschenen als ‘Tekst & Commentaar Faillissementswet’; sedert de 5e druk (in 2006) als: ‘Tekst & Commentaar Insolventierecht’. Dat oorspronkelijk het executie- en beslagrecht was opgenomen (nu onderdeel van T&C Burgerlijke Rechtsvordering), blijkt – herinner ik me – uit de eerste zin van het Voorwoord: ‘Indien iemand ‘met recht’ verhaal wil voor zijn vordering …’. Deze woorden worden nog steeds gebruikt, met de tournure, dat die persoon ‘in the end’ met de Faillissementswet te maken kan krijgen. Me dunkt dat deze regel, vooraf geschreven vanuit het executierecht, nu wel heroverweging verdient.
Ook in dit T&C deel wordt eer bewezen aan de belangrijkste grondlegger van de serie, de Leidse hoogleraar Hans Nieuwenhuis, die in 2015 is overleden. Voor hem waren een jaar of dertig geleden de bekende Duitse ‘Kommentare’ een voorbeeld. Onlangs zag ik de 78e (!) editie van het Palandt Kommentar op het Duitse Burgerlijk Wetboek. Het is (wederom) een zeer gedetailleerd commentaar van ruim 3300 pagina’s, met eigen opvattingen van de bewerkers (in Palandt zijn dat in het algemeen minder bewerkers dan bij de T&C delen inzake het BW, Vermogensrecht, Ondernemingsrecht en Insolventierecht; er doen ook meer hoogleraren mee vergeleken met T&C). Het Kommentar is over alle onderdelen voorzien van rechterlijke uitspraken van de hoogste Duitse rechters, en gekoppeld aan het Palandt-Archiv. Met betrekking tot het Duitse insolventierecht maak ik zelf gebruik van het Münchener en het Frankfurter Kommentar, en met betrekking tot de vernieuwde Insolventieverordening het Kommentar van Mankowski/Müller/J.Schmidt. Dat is, met ruim 800 pagina’s, inclusief veel verwijzingen naar rechtspraak en buitenlandse literatuur, een fraai en veel omvattend commentaar, zie http://www.bobwessels.nl/blog/2017-02-doc5-book-review-euinsvo-2015/. Zo gedetailleerd en diepgaand is Tekst & Commentaar Insolventierecht meestal niet, maar de dagelijkse insolventiepraktijk, begrijp ik, kan ermee uit de voeten; het is in de praktijk naar een veel gebruikte tekst uitgegroeid. Met zo om de 2 jaar een nieuwe druk wordt deze praktijk goed bediend. De auteur van een T&C onderdeel is in de serie echter een soort glijdend auteursrecht toebedeeld. Als in de voetregel de vermelding staat: ‘Auteursnaam 1/Auteursnaam 2’, dan is de eerstegenoemde de auteur van het oorspronkelijke commentaar en is de bewerking daarvan overgenomen door de laatstgenoemde, zo staat op de auteurspagina te lezen. Dat ‘oorspronkelijke’ is overgens niet juist, althans bedoeld zal zijn degene die vóór de huidige bewerker de tekst heeft overgenomen van een eerdere bewerker of van de oorspronkelijke auteur. Mijn naam komt, als ik het goed zie, nergens meer voor, het is dus ‘publisher swiping authors’ in T&C, wat dat betreft dus Trein & Continuïteit.   
Auteurs en soms ook rechters verwijzen naar deze T&C Insolventierecht als doorslaggevend. Als de redacteuren dit gebruik als gezaghebbende bron willen continueren dan verdient het mijns inziens aanbeveling met strakkere hand de redactie te voeren. Het vaste stramien in de opbouw is over het algemeen goed gevolgd, maar (zie het omslag) belangrijke ingangen in de literatuur en vaste rechtspraak bij bepaalde onderdelen verdienen aandacht. Dat geldt ook voor de actualisering van de bijlagen. Mogelijk leg ik de lat hoger/anders dan ‘de gemiddelde gebruiker’ (vroeger werd wel eens gezegd dat het gebodene ook begrijpelijk moet zijn voor de advocaat in Oldenzaal die niet elke dag met insolventiezaken bezig is). Ik heb de tekst natuurlijke niet systematisch doorgeploegd, dus ik zal er hier geen voorbeelden van geven. Ik stuur een lijst met aandachtspunten naar het email adres dat de uitgever aangeeft voor het toezenden van commentaar. Opdat de praktijk verzekerd blijft van een actueel bijgewerkt en in de praktijk goed bruikbaar commentaar op het Nederlandse insolventierecht.  

J.L.M. Groenewegen en F.M.J. Verstijlen, Tekst & Commentaar Insolventierecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019, ISBN 9789013147308.

Noot: dit boek ontving ik kosteloos van de uitgever met het verzoek om het aan te kondigen of te te bespreken op mijn blog op www.bobwessels.nl.