Search

Follow me

RSS feed

Archive

2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2018-06-doc6 Groepscoordinatieprocedure ook in de Fw

2018-06-doc6 Groepscoordinatieprocedure ook in de Fw

Zie mijn uitnodiging opgenomen in dit blog onder 2018-05-doc3 om reacties/commentaar op mijn conceptteksten voor Wessels Insolventierecht I, 5e druk, te sturen naar: info@bobwessels.nl. Nu het volgende onderwerp:

[1267c] Groepscoördinatieprocedure. Met ingang van 26 juni 2017 kent de Europese insolventieverordening (herijking) (EIR 2015) een groepscoördinatieprocedure. De wetgever heeft met ingang van 23 december 2017 in enige nationale procesregels voorzien om deze procedure soepel te laten verlopen, zie art. 5a, dat vijf leden telt. Art. 5a lid 1 bepaalt dat een verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure als bedoeld in art. 61 EIR 2015 kan worden gedaan door een insolventiefunctionaris bij de rechtbank, aangewezen in art. 2. Tegen een beslissing van de rechtbank als bedoeld in art. 77(4) EIR 2015 kan een bij de groepscoördinatieprocedure betrokken insolventiefunctionaris gedurende acht dagen, na de dag waarop die beslissing is genomen, in hoger beroep komen (art. 5a lid 2). Dat hoger beroep wordt ingesteld bij verzoek, in te dienen ter griffie van het rechtscollege dat bevoegd is van de zaak kennis te nemen (art. 5a lid 3). De rechter beveelt in geval van een mondelinge behandeling de oproeping van (i) de verzoeker in hoger beroep, (ii) de bij de groepscoördinatieprocedure betrokken coördinator en (iii) de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden (art. 5 lid 4). De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing op het verzoek, bedoeld in art. 5 lid 3, aan de rechtbank.

[1267d] Indiening verzoek tot opening. Uitvoerig over bedoelde groepscoördinatieprocedure Wessels Insolventierecht X Part II 2017/10925 e.v. Aan de MvT bij Uitvoeringswet EU-insolventieverordening (Stb. 2017, 496; i.w.tr. 23 december 2017, Stb. 2017, 497), Kamerstukken II, vergaderjaar 2016/17, 34 729, nr. 3, p. 11, valt het volgende te ontlenen. Het verzoek (art. 61 lid 1 EIR 2015 gebruikt de term ‘aanvraag’) tot opening van een groepscoördinatieprocedure kan worden ingediend door een insolventiefunctionaris die is aangesteld in een insolventieprocedure betreffende een lid van de multinationale groep en wel bij de bij die insolventieprocedure betrokken rechter. Verder bepaalt art. 61 lid 2 EIR 2015 dat deze aanvraag dient te worden gedaan overeenkomstig de voorwaarden van het recht dat van toepassing is op die insolventieprocedure. Volgens de MvT, Kamerstukken II, vergaderjaar 2016/17, 34 729, nr. 3, p. 11, voorziet art. 5a lid 2 tot lid 5 in een uitwerking van art. 77(5) EIR 2015. Art. 77 EIR 2015 gaat over de kosten die de coördinator van een groepscoördinatieprocedure in rekening kan brengen en kan doorberekenen in de betrokken insolventieprocedures. De insolventiefunctionarissen die zijn aangesteld in de insolventieprocedures en die vallen binnen het toepassingsbereik van de groepscoördinatieprocedure, kunnen op grond van art. 77(4) EIR 2015 bezwaar maken tegen de eindafrekening die door de coördinator is opgesteld. Daarnaast bepaalt art. 77(5) EIR 2015 dat de beslissing van de rechter op dit bezwaar door deze insolventiefunctionarissen kan worden aangevochten. De daarbij te volgen procedure wordt, aldus de MvT, t.a.p., bepaald door het recht dat van toepassing is op de groepscoördinatieprocedure. Dit is het recht van de lidstaat waar deze procedure is geopend. Uit een in juni 2018 gepubliceerd rapport (Realisation of the EU Insolvency Regulation (EIR 2015) in national (procedural) law of the Member States, CERIL Report 2018-1) blijkt dat deze procedure bijvoorbeeld in Frankrijk anders is uitgewerkt. CERIL roept, ook ten aanzien van andere onderwerpen uit de EIR 2015 die in nationaal recht van aanvullende regels worden voorzien, tot een betere afstemming tussen lidstaten om nodeloze verschillen en mogelijk juridische conflicten hierover te vermijden.

Ontslag coördinator. De MvT bij Uitvoeringswet EU-insolventieverordening, Kamerstukken II, vergaderjaar 2016/17, 34 729, nr. 3, p. 10 e.v, licht toe dat in art. 5a het ex art. 75 EIR 2015 in te dienen verzoek tot ontslag van de coördinator niet is opgenomen. Daarvan is afgezien omdat in het geval het ontslag een Nederlandse curator zou aangaan, deze op dat moment niet wordt ontslagen als curator maar in zijn functie van coördinator op de voet van de verordening. Wanneer de coördinator dient te worden ontslagen volgt reeds uit de verordening zelf, aldus de Toelichting.

++++++++++++