Search

Follow me

RSS feed

Archive

2018   2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2018-04-doc1 Experimenteren met rechtspleging

2018-04-doc1 Experimenteren met rechtspleging

Vorige week introduceerde Minister voor Rechtsbescherming, Dekker, voor consultatie een 'Experimentenwet rechtspleging' om via lagere regelgeving (amvb) te kunnen afwijken van een aantal wetten, zoals het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet RO, de Wet griffierechten burgerlijke zaken, de Wet op de rechtsbijstand en ook de Faillissementswet. Het wetsvoorstel dient ertoe een wettelijke grondslag te bieden om te experimenteren met innovatieve gerechtelijke procedures. Bij amvb zal bij wijze van experiment kunnen worden afgeweken van de genoemde wetgeving die tot kern heeft de de toegang tot en de rechtspraak door de burgerlijke rechter. Het spreek voor zich dat dit solide geregeld moet worden. De Faillissementswet (Fw) is in het experiment opgenomen onder andere met het oog op experimenten in het kader van de zogenoemde brede aanpak van de schuldenproblematiek, die ook de procesrechtelijke aspecten van deze wet raken. Dit was aangekondigd in het regeerakkoord (een schuldenrechter die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt) en misschien kan de minister de vragen meenemen die ik daarbij opwierp, zie http://www.bobwessels.nl/blog/2017-10-doc5-regeerakkoord-2017-2021-over-aanpak-schulden/
In de Experimentenwet rechtspleging worden als afwijkingen van de Fw ook genoemd:
- afwijkingen van Titel III Fw (schuldsaneringsregeling natuurlijke personen), zonder nadere specificatie;
- een landelijke kamer waarin een bepaalde categorie zaken geconcentreerd wordt behandeld door een team van rechters afkomstig uit de verschillende arrondissementen. Dit sluit aan bij de suggesties uit de praktijk (gedaan gedurende de consultatie over het voorontwerp voor een Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) om verzoeken voor homologatie van een akkoord (met gevolg dat het akkoord verbindend is voor alle bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders en dus ook voor degenen die niet met het akkoord hebben ingestemd) ter behandeling bij één gespecialiseerde rechtbank onder te brengen.
Vooralsnog kiest de minister er echter voor om op dit punt alle rechtbanken bevoegd te maken om over een dergelijk verzoek te oordelen. Mocht het aantal
van dit soort zaken beperkt blijken te zijn, dan is er zijns inziens ruimte om te experimenteren met een gespecialiseerde landelijke kamer, hetgeen natuurlijk een afwijking van de wettelijke regeling vergt.
Zelf heb ik, een jaar of 5 geleden, bepleit om geconcentreerde behandeling van grensoverschrijdende insolventiezaken (die buiten het bereik van de EU Insolventieverordening (herijking) vallen bij één kamer te concentreren.   
De experimenten die worden opgezet zijn van tijdelijke aard en worden geëvalueerd. Op basis van de uitkomst van de evaluatie zal worden besloten of het experiment aanleiding geeft tot definitieve aanpassing van de wetgeving. Door te experimenteren met innovatieve procedures kan in de praktijk worden onderzocht hoe de procesvoering voor de burgerlijke rechter, inclusief de regelgeving rond griffierechten en rechtsbijstand, kan worden verbeterd met het oog op de behoefte van rechtzoekende burgers en bedrijven aan meer eenvoud, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit bij gerechtelijke procedures, aldus de minister, zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/04/20/experimenteerruimte-stimuleert-vernieuwingskracht-rechterlijke-macht.