Search

Follow me

RSS feed

Archive

2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006  

Welcome /  Blog /  2017-10-doc5 Regeerakkoord 2017-2021 over aanpak schulden

2017-10-doc5 Regeerakkoord 2017-2021 over aanpak schulden

In het regeerakkoord 2017-2021 staat onder de kop 'Zekerheid en kansen in een nieuwe economie' op p. 27 een hoofdstuk, getiteld 'Terugdringen van schulden en armoede'. De passages luiden als volgt (nummering heb ik erbij gezet): "Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terug dringen en mensen met schulden effectiever te helpen. 1 Schuldhulpverlening is en blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Via programmatische afspraken wenst het kabinet met gemeenten tot een vernieuwende schuldenaanpak en een verbeterd schuldhulpverleningstraject te komen. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan bod komen: 1.1 Verbeteren van de (toegang tot) schuldhulpverlening, met kortere wachttijden. 1.2 Beter samenwerken met andere partijen om onnodig oplopen van schulden te voorkomen. 1.3 Voorkomen van uithuisplaatsingen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn. 1.4 Ruimte geven aan gemeenten om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren. 2 De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. De overheid dient de beslagvrije voet te respecteren. Om escalatie van schulden te voorkomen, wordt meer ingezet op direct contact met schuldenaren. De stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies wordt gemaximeerd. Mogelijkheden voor betalingsregelingen worden uitgebreid. 3 Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie. 4 Excessen in kredietverlening zullen worden tegengegaan, net als verdienmodellen waarbij hoge rentes mensen in de problemen brengen en de kosten van wanbetaling op de samenleving worden afgewenteld. 5 De juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Er komt een experiment met een schuldenrechter, die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt. Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind. 6 Met gemeenten en erkende vrijwilligersorganisaties wordt gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding. 7 Het kabinet zal extra middelen beschikbaar stellen voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede - in het bijzonder onder kinderen." Zie https://www.tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/regeerakkoord20172021.pdf. De punten 1 en 2 kunnen in theorie alleen maar worden onderschreven, hoewel uiteraard veel van de uiteindelijke vormgeving van deze 'programmatisch afspraken' afhangt. Punt 1.3 kan aanleiding zijn art. 287 lid 4 Fw (voorlopige voorziening hangende het schuldsaneringsverzoek) aan te passen. Punt 2 noopt ertoe goed te onderscheiden tussen de overheid als organisatie die het algemeen belang dient, en de overheid als crediteur. Ik begrijp dat het inherente conflict of interest beter onder ogen wordt gezien. Punt 3 kondigt een professionaliseringsslag bij incassobureaus aan, met een 'incassoregister'. Dat is een gekke benaming, beter lijkt Wet op de Incassobureaus, want ik neem toch aan dat bij wet geregeld gaat worden wie de registratie uitvoert, welke criteria daarvoor worden aangelegd, wie de 'erkenning' regelt, met een regeling van boete's en deregistratie die waarborgen voor een zorgvuldige procedure bevat, voordat een kantoor diens registratie wordt ontnomen. Punt 4 is vaag. Punt 5 kan leiden tot een - in de literatuur wel besproken - in de wet op te nemen verbijzondering van een redelijkheid en billijkheidsplicht (tussen contractanten) om niet rauwelijks te dagvaarden, maar eerst buiten rechte een vordering trachten te innen. Mogelijk sluit punt 5 hierop aan: de plicht van een schuldeiser om eerst een betalingsregeling te onderzoeken. Een experiment met een 'schuldenrechter' wordt aangekondigd. Ook onduidelijk. Is dat een 'echte' rechter of een bijzondere rechter (uit de rechtbank?), die ook bemiddelt en als mediator optreedt? Wat zijn 'alle zaken' van de schuldenaar? Diens consumptieschulden en ook zijn schulden wegens alimentatie of zijn hypothecaire schulden? Of ook niet-financiële zaken, bijvoorbeeld probleem met een vergunning? Wat is de verhouding met het met ingang van 1 april 2017 in werking getreden Besluit breed moratorium ex art. 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening? En hoe werkt dit alles uit in het Burgerlijke Wetboek, in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en in de Faillissementswet? Genoeg, dacht ik zo, om met aandacht te volgen.